Home Thema's Digitaal lesgeven Npuls – voorheen Digitaliseringsimpuls Onderwijs – in 10 vragen
Digitaal lesgeven

Npuls – voorheen Digitaliseringsimpuls Onderwijs – in 10 vragen

Achtergrond

Npuls is een achtjarig programma om het onderwijs in het mbo, hbo en wo te verbeteren door de kansen van digitalisering beter te benutten. Alle publieke mbo-instellingen, hogescholen en universiteiten doen mee. Op 1 mei 2023 start Npuls, voorheen Digitaliseringsimpuls Onderwijs (DIO). MBO Digitaal gaat aan de hand van tien vragen in op het initiatief.

1. Waar staat de naam Npuls voor?

Npuls is een samentrekking van Nederland en Digitaliseringsimpuls. Het staat symbool voor de eenmalige impuls voor innovatie en digitalisering die het programma geeft aan het vervolgonderwijs in Nederland. Bovendien symboliseert ‘puls’ de hartslag van het hart dat velen hebben voor het onderwijs: Npuls beweegt het onderwijs op de hartslag van innovatie.

2. Wat zijn de overeenkomsten tussen Npuls en Doorpakken op digitalisering?

  • De werkwijze gaat uit van teamwork, gelijkwaardigheid en resultaatsturing.
  • Er wordt primair verantwoording afgelegd door resultaten te laten zien aan de mensen voor wie we het doen: lerenden, docenten en experts. Daarvoor richt Npuls de processen zo in dat al deze mensen actief betrokken zijn bij ontwerp en uitvoering van het programma. Hun inbreng en ideeën worden gebruikt om te sturen op die resultaten. Npuls zorgt voor helderheid en transparantie over de inzet van middelen en tijd en daarmee de beheersbaarheid van het programma.
  • Npuls richt zich op een aantal thema’s die ook centraal stonden in Doorpakken op digitalisering, waaronder: wendbaar & efficiënt georganiseerd onderwijs, digitale leermaterialen, studiedata en docentprofessionalisering.

3. Wat zijn de verschillen tussen Npuls en Doorpakken op digitalisering?

  • Doorpakken was een driejarig programma, Npuls duurt acht jaar.
  • Doorpakken was voor en door het mbo. Npuls is een programma van alle publieke mbo-instellingen (59), hogescholen (36) en universiteiten (14).
  • Npuls heeft een minder ‘vrijblijvend’ karakter heeft dan Doorpakken op Digitalisering. Binnen Npuls worden met elkaar collectieve voorzieningen en standaarden gerealiseerd en afspraken gemaakt om die ook écht allemaal te gaan gebruiken.
  • Er komt meer aandacht voor nieuwe, dan wel bredere onderwerpen, waaronder de digitale vaardigheden van studenten en docenten en EdTech.

4. Npuls zou aanvankelijk per 1 januari starten, waarom wordt het 1 mei?

Die verlenging geeft ruimte om het programma goed voor te bereiden. Een zorgvuldig proces van afspraken maken over een programma van deze aard, en met 109 autonome instellingen, is essentieel, maar kost tijd. Daarom is besloten om hier een aantal maanden extra tijd voor te nemen. De extra tijd heeft ook een voordeel: Npuls maakt op 1 mei een vliegende start.

5. Wat gebeurt er in de tussentijd?

  • In deze periode kan een aantal lopende pilots en projecten van onder andere Doorpakken op digitalisering en het Versnellingsplan in de huidige vorm doorlopen. De pilots en projecten, zoals het project OKE (Onderwijs Koppelingen Examinering) voor digitaal examineren en het werken aan de MOSA, dragen direct bij aan de doelstellingen van Npuls.
  • Npuls bereidt met de onderwijsinstellingen de start van het programma voor door gesprekken met mensen in mbo-scholen, hogescholen en universiteiten.
  • De programmaorganisatie wordt ingericht en de mensen worden geworven die de programmaonderdelen straks gaan leiden. Zoals experts uit de onderwijssector die als aanvoerder de koers voor de transformatiehubs uitwerken, programmamanagers die de programmaonderdelen en al hun projecten coördineren op planning en budget, en een procesmanager die de focus op de doelgroep centraal stelt in alle processen. De vacatures zijn hier te vinden.

6. Met welke thema’s gaat Npuls als eerste aan de slag?

Het programma bestaat uit een ict-infrastructuur, een kennisinfrastructuur met daarin Centers for Teaching & Learning, en transformatiehubs (een gemeenschap van docenten, lerenden, onderzoekers, werknemers, werkgevers) en pilothubs. Deze transformatiehubs gaan concreet werken aan het ontwikkelen van nieuwe concepten, producten en kennis.
De eerste twee transformatiehubs gaan over:

  • Efficiënt & Wendbaar georganiseerd onderwijs.
  • Digitale leermaterialen.

Daarnaast starten pilothubs, voor de onderwerpen die eerst nog wat kleinschaliger worden uitgewerkt, voor ze aan grote opschaling toe zijn. Deze starten voor:

  • Studiedata & AI.
  • Docentprofessionalisering.
  • EdTech.
  • Nieuwe technologieën (waaronder XR).

7. Vanuit Npuls wordt de inrichting van Centers for Teaching & Learning gestimuleerd. Wat kunnen mbo-scholen hiermee?

In Centers for Teaching & Learning (CTL) kunnen docenten(teams) terecht voor advies en training over het vernieuwen van hun onderwijs. Alle onderwijsinstellingen richten er (in de loop van het programma) een in. Omdat elke onderwijsinstelling anders is, ziet ieder CTL er anders uit. Waar mogelijk sluit het Center aan bij al bestaande initiatieven en versterkt het die. Daarbij kunnen instellingen ook samen aan zo’n CTL werken, bijvoorbeeld in de regio. In het regionale CTL zijn alle kennis en voorzieningen uit het landelijke programma te vinden. De CTL’s staan onderling in contact. Voor iedere onderwijsinstelling is een budget gereserveerd om een eigen Center in te richten, of een bestaande door te ontwikkelen.

8. Hoe maakt een mbo-school aanspraak op dit budget?

De scholen kunnen naar verwachting vanaf september een aanvraag doen bij het subsidieloket DUS-I. Per ronde wordt steeds een aantal aanvragen toegekend; zo krijgt iedere onderwijsinstelling in de loop van het programma de gelegenheid om hiermee aan de slag te gaan.

9. Npuls zal in de toekomst tweetalig communiceren en materialen en kennis in zowel het Nederlands als Engels beschikbaar stellen. Waarom?

Omdat dit in het hbo en wo gebruikelijk is én ook om de aansluiting met de internationale ontwikkelingen goed te kunnen leggen.

10. Tot slot: wie doet wat binnen Npuls?

Berent Daan is als programmadirecteur verantwoordelijk voor de opzet en voortgang van het programma. Lodewijk Asscher is als voorzitter van de stuurgroep betrokken bij de opbouw van het programma. Als voorzitter heeft hij de overige leden van de stuurgroep benoemd, die zijn voorgedragen door de MBO Raad (Bert Beun en Mirjam Koster), Vereniging Hogescholen (Timo Kos en Luc Verburgh), Universiteiten van Nederland (Arthur Mol en Peter-Paul Verbeek) en SURF (Jet de Ranitz). Manon Geven (voormalig programmamanager van Doorpakken op Digitalisering) is Liaison mbo. Zij is het eerste aanspreekpunt voor algemene vragen uit mbo-instellingen en denkt vanuit het regieteam mee over de aansluiting met het mbo. Daarnaast zijn er collega’s nu betrokken en (tot de aanvoerders en programmamanagers straks starten) voor mbo-scholen ook de aanspreekpunten. Dit zijn per programmaonderdeel:

  • Wendbaar & efficiënt georganiseerd onderwijs: Rob Vos
  • Digitale Leermaterialen: Menno de Waal
  • ICT-infrastructuur: Joel de Bruijn
  • Kennisinfrastructuur: Marit Montsanto

Bron: MBO Digitaal

Delen:

Wil je op de hoogte blijven? Schrijf je nu in voor
de nieuwsbrief of registreer direct

Trending topics
Met cyberrisicopool als mbo samen risico dragen
Lessen uit ransomware-aanval op British Library