Home Thema's Hybride onderwijs Hoe ziet de learning space eruit?
Hybride onderwijs

Hoe ziet de learning space eruit?

learning space
Blog

Er zit een mooie lijn in de carrière van Marij Veugelers, van het bijdragen aan een milieubewuste wereld via het begeleiden naar een kansrijk loopbaanperspectief tot het innoveren van open en dynamische leeromgevingen. En uiteindelijk heeft alles met elkaar te maken.

“Oorspronkelijk kom ik uit Venlo als dochter van de koster van de grootste kerk in de stad. Iedereen kende me dus wilde ik vooral in de massa opgaan”, opent Marij; “ik zat op de HBS B en het was in die tijd niet gebruikelijk dat meisjes naar de universiteit gingen. Ik koos er als enige meisje voor om biologie in de grote stad Amsterdam te studeren. Ik was goed in bètavakken en bovendien milieubewust. Tijdens de studie probeerde ik maatschappelijk relevante onderwerpen onder de aandacht te krijgen. Zo wilde ik voorkomen dat er wegen door natuurgebieden werden aangelegd en deed ik veldwerk bij de boerderijen in het Groene Hart. Het was de tijd van de grootschalige ruilverkavelingen én de opkomst van de biotechnologie. Ik werd coördinator van de UvA biologiewinkel, waar ik vragen van milieugroepen beantwoordde.”

Van ecoloog tot innovator learning spaces

Marij verder: “Na mijn afstuderen was de werkeloosheid onder afgestudeerde biologen groot; niemand zat te wachten op iemand met ecologische principes. Ik begon als arbeidsmarktdeskundige voor een kleine beroepsvereniging te werken waar ik werkzoekende biologen begeleidde. Dat betekende dagen organiseren, voorlichting geven en onderzoek doen. Zo heb ik mede het eerste arbeidsmarkt informatiecentrum voor biologen opgericht. Na acht jaar kreeg ik een functie bij de Universiteit van Amsterdam (UvA) als studieadviseur. Ik ontdekte dat studenten tijdens hun studie te weinig nadenken over wat ze echt willen en heb toen een studie- en loopbaantraject ontwikkeld. Toevallig werd ik betrokken bij een project om adressen te digitaliseren; daar merkte ik dat ik goed met IT-ers kon communiceren en kreeg de kans om innovatieve onderwijsprojecten te ontwikkelen bij de IT-afdeling.

In 2000 koos de UvA voor één digitale leeromgeving voor docenten en studenten, en in 2004 voor een digitaal portfolio waardoor studenten in een digitale omgeving hun vaardigheden konden aantonen. In de jaren die volgden werd ik vanuit de UvA voorzitter van een SURF community over digitaal portfolio. Dat is een internationale beweging, waarbij Australië mij uitnodigde om een keynote te verzorgen. Namens SURF bezocht ik daar drie universiteiten en bij één daarvan zag ik voor het eerst een hele innovatieve onderwijsruimte, zoals we die in Nederland nog niet kenden. Ik was meteen enthousiast en wilde dit graag delen. Terug in Nederland vroeg Sabine Rummens mij als toenmalig hoofd van het facilitair onderwijsbureau UvA om mee te denken over de inrichting van nieuwe onderwijsruimten. Ik heb toen literatuuronderzoek gedaan, bij andere universiteiten gekeken en vooral geleerd van wat er fout kan gaan bij huisvestingsprojecten. Dat leidde tot bijeenkomsten met onderwijsdirecteuren, docenten, actieve studenten en bedrijfsvoerders rond de vraag hoe het onderwijs van de toekomst eruitziet. Het knelpunt met het experimenteren met innovatieve ruimten is dat alle onderwijsruimten ingeroosterd en in gebruik zijn. De meeste innovaties krijgen een kans als er onverwachts ruimte vrij komt. Heel praktisch was er een werkplekruimte vrijgekomen waar we mee aan de slag konden.”

Mix aan competenties

“Om een innovatieve onderwijsomgeving te kunnen maken heb je een mix aan competenties nodig”, legt Marij uit, “zo heb ik naast docenten en studenten ook inrichters als Ahrend en Gispen en de AV-leverancier Kinly (voorheen MK2) geprikkeld om mee te denken en ontwerpen in te dienen. Dat leidde in 2012 tot de eerste active learning classroom, die een half jaar later in de roulatie ging. Het zijn ruimten met groepstafels en een eigen beeldscherm, waarbij de docent een centrale plek heeft. Als een groep iets interessants heeft kan de docent dat op alle schermen delen. De docent is even met de instructie bezig en loopt vervolgens rond. Daarmee doorbraken we de lokalen met een standaard u-vorm of een carré opstelling waarbij de docent staat en studenten een vaste plek hebben. In de active learning classroom kon iedereen in beweging zijn. Vervolgens heb ik 300 mensen van de IT-afdeling verhuisd; we hebben het activiteit gericht werken geïntroduceerd waarbij niemand meer een vast bureau had. Het was een traject met veel weerstand en partijen om de tafel. Ik roep nu steeds dat het nieuwe werken en het nieuwe leren veel overeenkomsten hebben. Er is behoefte aan stilteplekken, ruimten om met elkaar samen te werken, een goede digitale omgeving en plekken waar gezellig samenzijn en informeel ontmoeten mogelijk zijn. Als adviseur heb ik zo verschillende active learning spaces ingericht, waarbij ik meedenk over de inrichting, akoestiek, het binnenklimaat en flexibiliteit.

In 2016 vroeg de directeur Huisvestingsontwikkeling of ik wilde helpen bij grote renovaties en nieuwbouw, zoals het Universiteitskwartier en Roeterseiland. Ik merkte in dat wereldje dat partijen nog heel erg met een muurtje hier en daar en een ruimte meer of minder bezig zijn; er was onvoldoende besef van de toekomst van het onderwijs en hoe dat in het programma van eisen terecht moet komen. Het werd gaandeweg duidelijk dat veranderingen in de huisvesting belangrijk zijn voor het onderwijs. Zo ben ik in 2018 betrokken geraakt bij LAB42; de internationale hub voor de ontwikkeling van talent op het gebied van digitale innovatie en artificial intelligence. Voor het eerst werd er toen een aparte onderwijsgroep met studenten en docenten ingericht om mee te denken over de toekomst van het onderwijs. Ik merk nog steeds hoe lastig mensen uit het onderwijs het vinden om een verwachting over een langere periode te geven. Men blijft lang hangen in de keuze uit zalen voor 10, 30 of 50 personen en daarnaast nog een collegezaal voor 150 mensen. Er is geen beeld bij wat voor innovaties er mogelijk zijn in onderwijsruimtes en hoe andere onderwijsinstellingen daarmee omgaan.”

Stip op de horizon

Marij: “Vanaf 2019 is er eindelijk een nationale groep Learning Spaces. SURF organiseert elk jaar een onderwijsdag en vanaf 2012 laten we steeds voorbeelden zien van innovatieve onderwijsruimtes zoals bijvoorbeeld het Design Lab van de Universiteit Twente of het Teaching & Learning Lab van de Universiteit Utrecht. Daar heb ik ook inrichters bij betrokken en daar is Gispen bijvoorbeeld op ingesprongen met lage en hoge tafels en prachtige poefen voor enkele congresruimtes. Inmiddels bezochten we vanaf 2016 vanuit de UvA inspirerende voorbeelden in het land, waaronder het P.J. Veth gebouw in Leiden dat prachtig is getransformeerd met een mooie innovatieve vloer voor het onderwijs en hergebruik van de oude laboratoriumtafels. De TU Delft heeft ook een heel mooi format ontwikkeld waar mensen van vastgoed samenwerken met docenten en studenten die het hele proces blijven meedenken. De openbare bibliotheek in Amsterdam (OBA) is al sinds 2007 een prachtig voorbeeld met overal studieplekken, nisjes, banken en leunstoelen en lage meubels die multifunctioneel zijn. In 2016 bezocht ik in Australië een aantal universiteiten en daar zag ik hoe future learning eruit kan zien. Dat zijn ruimtes die je zo inricht dat ze op verschillende manieren te gebruiken zijn. Het kenmerk van een innovatieve onderwijsruimte is bijvoorbeeld dat tafels en stoelen verrijdbaar zijn en dat er een whiteboard of een AV-scherm op wielen is. De docent heeft een werkplek in het midden van waaruit de apparatuur bediend kan worden. Alles is mobiel en inklapbaar, waardoor je snel werkvormen kunt maken. De betreffende bestuurder hield de regie op het project en bewaakte de stip op de horizon. Iedereen ging in dat proces mee. Ze had net een nieuw gebouw met de architect Frank Gehry opgeleverd en vooral veel enerverende discussies met hem gehad omdat zij een visie op het onderwijs had. Van haar leerde ik dat een centrale regie van belang is, zodat je een project snel kunt uitrollen. In Nederland begint het vaak bij één faculteit en dan kan het jaren duren voordat er iets structureels gebeurt in de instelling.”

Innovatieve fysieke leeromgeving

“Ook in deze pandemie merk ik dat er op universiteiten weinig tijd en ruimte is om over de toekomst na te denken. Bij de Hogescholen ligt dat anders, net als binnen het middelbaar beroepsonderwijs, waar de relatie met de beroepspraktijk voor snellere innovaties zorgt. Dat zie je ook terug in de gebouwen. Onlangs was ik op het Hyperion Lyceum en het Technasium van het Goois Lyceum, met prachtige projectruimtes. Dan zie je dat het voortgezet onderwijs en het mbo verder zijn dan het hoger onderwijs. Dan kom je uit zo’n innovatieve leeromgeving en dan zit je op de universiteit met 350 medestudenten met een klaptafeltje college te volgen. Het is belangrijk te realiseren dat ruimtes verwachtingen scheppen over het gewenste gedrag. Als je een collegezaal binnenkomt weet je dat je moet luisteren. Als je een active learning classroom binnenkomt weet je dat je actief kunt zijn. Ruimtes weerspiegelen ook de visie van het onderwijs van de instelling.”

Andere meters

“Ik ben nu consultant future learning spaces en trek tot juli de special interest groep Learning Spaces bij SURF. De corona-periode leert ons dat we veel meer online kunnen doen dan we dachten. Ik denk dat we na deze pandemie het onderwijs eigenlijk opnieuw
moeten uitvinden. Je kunt via kennisclips prima opdrachten uitzetten en online in groepen werken. Tegelijk snakken studenten ernaar om elkaar weer op de campus te ontmoeten. Ik verwacht dat de onderwijsruimtes anders gebruikt gaan worden. En ook voor de medewerkers zal het anders worden. Voor de crisis was het gebruikelijk om op kantoor te werken, maar ik verwacht dat straks twee tot drie dagen thuis werken heel normaal wordt. Dat betekent dat je voor die groep minder meters nodig hebt. In gebouwen binnen het hoger onderwijs zie je overal al plekken waar studenten kunnen zitten, leren, werken en ontmoeten. Dat kan op allerlei plekken in het gebouw, in gangen, hallen, projectkamers, met verschillend meubilair en in een grote variatie. Door die ontwikkeling naar informele studieplekken zijn er veel meters bijgekomen in vergelijking met vroeger. Ik verwacht wel dat accenten anders worden gelegd. Zo vraag ik me af of we nog collegezalen oude stijl nodig hebben. In het gebouw Pulse van de TU Delft zie je heel mooi hoe ze daar een trap voor gebruiken. De NHL Stenden laat ook mooi zien hoe een collegezaal ook gebruikt kan worden om projectgericht werken en andere activiteiten te faciliteren.”

Delen:

Wil je op de hoogte blijven? Schrijf je nu in voor
de nieuwsbrief of registreer direct

Trending topics
De ingrediënten voor het ideale hybride leslokaal
101 basisprincipes voor IT-security
Veilig blijven werken met Google, kan dat wel?
Schrijf je in voor onze Breens Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze Breens Nieuwsbrief

Ontvang wekelijks kennis en inspiratie over digitalisering en innovatie in het onderwijs in je mailbox.

Door op de button te klikken, meld je je aan voor de nieuwsbrief en ga je akkoord met de voorwaarden van Breens.

Bedankt voor je aanmelding voor de nieuwsbrief van Breens.nl, het kennis- en inspiratieplatform voor onderwijsprofessionals. Je ontvangt binnenkort de eerstvolgende editie in je mailbox.  We wensen je veel leesplezier! Het team van Breens.nl