Home Thema's Leven lang ontwikkelen De lessen en waarde van microcredentials voor onderwijsinstellingen
Leven lang ontwikkelen

De lessen en waarde van microcredentials voor onderwijsinstellingen

De lessen en waarde van microcredentials voor onderwijsinstellingen
Achtergrond

Welke lessen hebben vier projectleiders van onderwijsinstellingen geleerd tijdens de pilot met microcredentials en waarom is het volgens hen een waardevol concept? Klaar Vernaillen, Wageningen University & Research (WUR), Ellen Oostenenk, Hogeschool Saxion, Anja Kusters, Avans Hogeschool en Karen Slotman, Universiteit Twente geven in een interview in het februarinummer van Npuls antwoord op vier vragen over dit onderwerp.

Wat is de meerwaarde van microcredentials voor onderwijsinstellingen?

Vernaillen vindt de meerwaarde dat dankzij microcredentials professionals een toekomst hebben waarin ze gedurende hun 60-jarig curriculum zelf bouwen aan hun pad en hun eigen route uitstippelen. Bij dat pad worden de cursussen herkend op hun kwaliteit door onderwijs en werkveld. Oostenenk benadrukt dat het bijscholen en omscholen van professionals steeds belangrijker wordt omdat de huidige studentenpopulatie waarschijnlijk niet toereikend is voor de arbeidsvraag van morgen.

Microcredentials leveren daarbij een belangrijke bijdrage aan het leven lang ontwikkelen. Kusters ziet een enorme potentie in microcredentials waarbij je na een relatief kort leerproces al resultaat kunt laten zin. Microcredentials stellen mensen in staat zich flexibel door te ontwikkelen in lijn met hun persoonlijke leerwensen en met een snel veranderd werkveld. Slotman tenslotte ziet verschillende aspecten van de meerwaarde van microcredentials. Ten eerste de modulariteit en flexibiliteit, ten tweede de actualiteit en ten derde de zichtbaarheid. 

In hoeverre was het ingewikkeld om binnen de instelling passend aanbod te selecteren of ontwikkelen om met een microcredential te certificeren?

Kusters wijst erop dat de academie voor deeltijdonderwijs al met losse modules werkte en dat voor de pilot gekeken is welke daarvan aan de kwaliteitsscan voldeden. Daarnaast zijn er modules specifiek met het werkveld ontwikkeld. Vernaillen verwachtte dat de grootste uitdaging zou liggen in het selecteren van geschikt onderwijs. Dat viel in de praktijk echter mee. Bij de ontwikkeling van nieuwe cursussen wordt nu standaard rekening gehouden met de eisen om als microcredential erkend te worden.

Oostenenk adviseert om de afweging te maken of het omzetten van bestaande cursussen naar microcredentials de moeite waard is, of dat je beter onderwijs vanaf het begin kunt ontwikkelen. Haar ervaring is dat bij nieuw te ontwikkelen onderwijs het het meest efficiënt is om met microcredentials te beginnen. Bij haar instelling is er ook bestaand modulair deeltijdonderwijs, waarbij erkenning en uitgifte van microcredentials meerwaarde biedt voor professional en arbeidsmarkt. Slotman reikte tot nu toe alleen bij een cursus uit een geaccrediteerde masteropleiding een microcredential uit. De uitdaging daarbij was om deze in de markt te zetten. In de toekomst wil ze bij microcredentials meer vraaggestuurd gaan werken en samenwerken met het bedrijfsleven.

De kwaliteitszorg is een belangrijk aspect van microcredentials, wat heb je hierover geleerd tijdens de pilot?

Kuster licht de kwaliteitsscan voor de microcredentials nader toe. Die is gebaseerd op de standaarden van de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO) en het kwaliteitskader van de pilot. Ze ziet dat docenten het als een compliment zien als ze in aanmerking komen voor de selectie en als ze de selectie hebben doorstaan. Oostenenk ziet dat het omzetten van bestaand aanbod naar een microcredential voor een kwaliteitsimpuls heeft gezorgd.

Belangrijke uitdagingen zijn om kwaliteitszorg centraal ingeregeld te krijgen in de instelling en het onderling erkennen tussen instellingen van microcredentials. Vernaillen vertelt dat de WUR amper problemen had omdat het onderwijsaanbod dat de WUR met microcredentials certificeert al onderdeel was van diplomagerichte trajecten. Slotman tenslotte wijst op de uitdagingen bij het uitreiken van microcredentials voor niet geaccrediteerd onderwijs. Voorbeelden zijn de inzet van docenten uit het werkveld zonder Basiskwalificatie Onderwijs certificaat en de transfer van het geleerde uit de cursus naar het werk van de professional.

Welke andere lessen nemen jullie mee uit de pilot microcredentials?

Oostenenk vindt dat je als projectleider echt een aanjager moet kunnen en durven zijn. Volgens haar is kennis van en in de organisatie essentieel evenals een intern netwerk. Ook adviseert ze om een projectgroep te hebben met mandaat en een koppeling aan de visie van de instelling op Leven Lang Ontwikkelen. Kusters vindt onder meer vanwege de duurzaamheid de online uitreiking van microcredentials een uitkomst. Vernaillen vindt dat we ervoor moeten gaan zorgen dat werkgevers en de markt microcredentials meer gaan (h)erkennen. Slotman tenslotte is van mening dat microcredentials geen sluitstuk zijn van LLO maar ermee verweven. Ze kunnen elkaar volgens Slotman versterken.

Bron: Transformatiehub Wendbaar georganiseerd onderwijs. (2024). Leven lang ontwikkelen met microcredentials. Utrecht: Npuls.

Delen:

Wil je op de hoogte blijven? Schrijf je nu in voor
de nieuwsbrief of registreer direct

Trending topics
Met cyberrisicopool als mbo samen risico dragen
Lessen uit ransomware-aanval op British Library
Vlaamse scholen boeken opnieuw digitale vooruitgang