Home Thema's Onderwijsinnovatie Math van Loo: een blik op de Staat van het Onderwijs 2021
Onderwijsgebouw 2.0

Math van Loo: een blik op de Staat van het Onderwijs 2021

de staat van het onderwijs
Achtergrond

Hoewel hij niet betrokken was bij het opstellen van de Staat van het Onderwijs 2021, een jaarlijks terugkerend rapport van de Onderwijsinspectie, werd Math van Loo wel door de VO-raad gevraagd voor een webinar over het onderwerp. Met zijn bakken ervaring als interim bestuurder, schoolleider én docent, kwamen alle onderwerpen in het rapport Van Loo zeer bekend voor. “Als interim bestuurder ben ik vaak betrokken bij moeilijke trajecten van scholen en heb ik dus ook intensief contact met de Inspectie. Alle pijnpunten uit het rapport, heb ik dus al een keer besproken,” aldus Van Loo.

Volgens Van Loo kwam er een aantal interessante conclusies naar voren uit het rapport. “Uit de Staat van het Onderwijs 2021 blijkt dat de verschillen tussen leerlingen groter zijn geworden door de lockdowns. Dat wil niet zeggen dat er alleen bij de normale groep zorgleerlingen sprake was van een moeilijke thuissituatie. De groep leerlingen die in de problemen kwam door thuiswerken bleek veel groter dan verwacht, ook groter dan de normale groep zorgleerlingen.

De stijging van de kansenongelijkheid is wel een belangrijke conclusie. Bij gezinnen waar al sprake was van maatschappelijke ongelijkheid, is het probleem alleen maar groter geworden.” De oplossing is voor van Loo duidelijk. “Gepersonaliseerd onderwijs aanbieden. Maar dat is moeilijk, want docenten zijn daar niet voor opgeleid.”

“Je kunt niet meer alle leerlingen dezelfde dingen meegeven. Zelfs de CITO-score zegt niet zoveel meer als voorheen: het is geen garantie op succes.”

Wat volgens van Loo ook opvalt is dat scholen te weinig zicht hebben op de ontwikkeling en persoonsvorming van leerlingen. “Dit was al het geval vóór maart 2020, maar sinds de coronacrisis hebben we nog minder zicht op het welbevinden van leerlingen en geen gedetailleerd beeld van eventuele studievertraging. Daardoor kan er geen plan van aanpak per leerling gemaakt worden, terwijl er wel een aanbod op maat nodig is.” Dat staat ook beschreven in de Staat van het Onderwijs 2021: we moeten het duurzaam aanpakken, innoveren én verbeteren. “Je kunt niet meer alle leerlingen dezelfde dingen meegeven. Zelfs de CITO-score zegt niet zoveel meer als voorheen: het is geen garantie op succes.”

Maatwerk

Vanuit de overheid is er 8,5 miljard euro beschikbaar gesteld om het onderwijs te helpen om de gevolgen van de coronacrisis te overwinnen. Hoe kan die het best besteed worden? Daar heeft Van Loo een kort en duidelijk antwoord op. “Maatwerk, onder meer door het verkleinen van groepen. Maar dat werkt alleen als je aan twee voorwaarden voldoet: de groepen zijn niet groter dan vijftien leerlingen én je beschikt over voldoende docenten. En dat laatste is vooral in de grote steden een probleem.”

Om dat probleem te ondervangen, moet er volgens Van Loo aandacht uitgaan naar zij-instromers. “Zij zouden een verkort traject moeten kunnen volgen als ze daarbij voldoende coaching en scholing krijgen. En om maatwerk te doen slagen, moeten ook de huidige medewerkers de kans krijgen om zich bij te scholen. Dat kost dus veel geld, maar het levert aantoonbaar ook heel wat op.”

Voor ieder kind een ander plan van aanpak ontwikkelen zorgt niet alleen voor een beter welbevinden en minder studievertraging, maar biedt ook de kans om het onderwijs verder te digitaliseren. “De coronacrisis maakte duidelijk dat docenten niet zo digitaal waren als ze dachten. Ondertussen zijn de meesten de technologie beter de baas. Uit ons onderzoek naar afstandsleren (2020) blijkt zelfs dat docenten die dagelijks feedback vroegen aan studenten, een sterke leercurve hebben doorgemaakt. Het is belangrijk dat we deze trend blijven doorzetten. Technologie maakt het mogelijk om leerlingen een individueel traject te laten doorlopen. Op verschillende niveaus en heel flexibel.”

Meer ruimte

De inhoud van de Staat van het Onderwijs 2021 kwam dus niet uit de lucht vallen, maar er zijn ook aspecten die Van Loo onderbelicht vindt. “De leerwinst van de lockdowns bijvoorbeeld. Heel wat mensen in mijn omgeving hebben enorme stappen gemaakt in de toepassing van ICT. Nieuwe tools die bijdragen aan onderwijsinnovatie werden meer dan ooit ingezet. Daarmee werd ook nog eens duidelijk dat een lesuur volpraten niet werkt. Die boodschap heb ik wel een beetje gemist.”

Maar de leerwinst beperkte zich niet alleen tot docenten en ander onderwijspersoneel. “Er zijn ook heel wat leerlingen die het heel goed hebben gedaan. Vorig jaar hebben we hier onderzoek naar gedaan: globaal gezien heeft 40 procent vertraging opgelopen, 40 procent bleef op hetzelfde niveau en 20 procent is er cognitief gezien op vooruit gegaan. Tijdens de webinar voor de VO Raad gaven sommige scholen aan dat het bij hen net andersom was: maar liefst 40 procent ging erop vooruit. Hieruit blijkt ook dat de oude didactische werkwijze, waarbij een docent soms wel een uur lang aan het woord is, een heleboel leerlingen juist afremde.”

Hoe komt dit dan? “Behoorlijk wat leerlingen voelden meer ruimte door de online lessen. Als zij niet hoefden mee te doen met de groep, gingen ze hard aan de slag met wat anders en konden daarbij rekenen op prima begeleiding. Natuurlijk wilden de leerlingen terug naar school voor de sociale contacten, maar helemaal terug naar het oude normaal? Daar zitten velen niet op te wachten. Dat geldt voor zowel leerlingen met een voorsprong als leerlingen met een achterstand.”

Niet alleen een uur lang volpraten werkt niet bevorderlijk, een ingewikkeld lesrooster droeg evenmin bij aan het leerproces. “Maak lesroosters eenvoudiger: plan minder verschillende vakken op een dag en maak de lesblokken langer,” aldus van Loo. “Begin je les met een leuke intro, waarna de leerlingen aan de slag gaan op hun eigen niveau met goed didactisch materiaal. Plan ook een moment in waar ze om hulp kunnen vragen. Sluit af met een evaluatie van leerdoelen, eventueel een formatieve toets of een Kahoot of Quizlet. Dat werkt écht.”

Beter onderzoek

Om een realistischer beeld te krijgen van de ontwikkeling van de didactiek in Nederland, voert van Loo onderzoek uit in samenwerking met verschillende universiteiten onder de noemer van Stichting OOK (Onderzoek naar Onderwijskwaliteit). “Dit onderzoek doen we aan de hand van de Digitale Observatie Tool, beter bekend als het DOT-project. Hiermee observeren we docenten om ze in eerste instantie goede feedback te geven. Maar de data die we eruit halen, kunnen we ook perfect gebruiken voor wetenschappelijke analyses. Zo kunnen we niet alleen onderzoeken hoe leerlingen ervoor staan, maar ook hoe docenten zich verder professioneel kunnen ontwikkelen. Alleen zo maken we het onderwijs beter!” Bovendien voert de Stichting OOK momenteel een grootschalig onderzoek uit onder 120.000 leerlingen in het VO, hun ouders en hun docenten. Ook dit onderzoek belooft veel inzicht op te leveren in hoe leerlingen er nu echt voor staan.

Delen:

Wil je op de hoogte blijven? Schrijf je nu in voor
de nieuwsbrief of registreer direct

Trending topics
Huidig onderwijsbeleid vergroot kansenongelijkheid
Schrijf je in voor onze Breens Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze Breens Nieuwsbrief

Ontvang wekelijks kennis en inspiratie over digitalisering en innovatie in het onderwijs in je mailbox.

Door op de button te klikken, meld je je aan voor de nieuwsbrief en ga je akkoord met de voorwaarden van Breens.

Bedankt voor je aanmelding voor de nieuwsbrief van Breens.nl, het kennis- en inspiratieplatform voor onderwijsprofessionals. Je ontvangt binnenkort de eerstvolgende editie in je mailbox.  We wensen je veel leesplezier! Het team van Breens.nl