Home Thema's Onderwijsinnovatie Vier wegen naar flexibel en modulair onderwijs
Onderwijsinnovatie

Vier wegen naar flexibel en modulair onderwijs

modulair onderwijs
Achtergrond

Een leven lang leren is al jarenlang een hoofdzaak in menig beleidsrapportage. Flexibele leerroutes bieden daarbij uitkomst, maar hoe kun je die flexibiliseringsslag als onderwijsinstelling organiseren? Paul den Hertog legt het uit aan de hand van vier studentroutes en zoomt daarbij specifiek in op de voor- en nadelen van modulair onderwijs en studeren.

Paul den Hertog is naast innovatieadviseur op de Hogeschool van Amsterdam óók aanvoerder van het onderdeel flexibilisering in het Versnellingsplan Onderwijsinnovatie met ICT. Flexibilisering is een gevoelige term in het onderwijs, stelt Den Hertog. “Bekostigde instellingen, onbekostigde instellingen, universiteiten, hogescholen; iedereen heeft een andere ziens- en denkwijze als het op flexibilisering aankomt. Daarbij speelt deze ontwikkeling zich af op diverse niveaus, denk daarbij aan tijd, tempo, plaats en inhoud.”

Daarom beschrijft de zone ‘flexibilisering van het onderwijs’ dit fenomeen aan de hand van vier studentroutes. Binnen dit duidelijk omlijnde kader zal de zone de komende jaren pogen om oplossingen te bedenken voor de vragen en uitdagingen die zich in de verschillende routes voordoen. “Het zijn conceptuele routes die je niet een-op-een kunt implementeren binnen een organisatie. Ze zijn vooral bedoeld om het gesprek op gang te krijgen op hogescholen en universiteiten over hoe zij de flexibilisering van het onderwijs kunnen aanpakken op een manier die bij hen past.” De routes zijn als volgt:

  1. In eigen tempo: flexibilisering in tijd en tempo. Deze route is in theorie al mogelijk, maar een vertraging van het leertraject heeft vaak nog een negatieve weerslag op het kunnen van de studenten en het versnellen van het traject vergt maatwerk.
  2. Buiten de gebaande paden: studenten kunnen zich onderweg naar een diploma buiten de eigen opleiding bewegen. Daarvoor moet de mobiliteit binnen de instelling vergroot worden, maar ook tussen instellingen en tussen het hbo en wo.
  3. Mijn diploma: de student stelt zelf een kortcyclisch programma samen dat volledig is gericht op het behalen van een diploma. Professionele ontwikkeling staat hierbij centraal. Daarmee is deze studentroute met name geschikt voor studenten met een start-up, traineeship of challenge.
  4. Modulair studeren: studenten schrijven zich niet in voor een bepaalde opleiding, maar voor losse modules. Vervolgens kan het stapelen van deze modules leiden tot het behalen van een diploma.  
Modulair onderwijs

Waar route één en twee meer op de initiële student zijn gericht, zijn route drie en vier op de post-initiële student gericht, ofwel: de professionals die al enkele jaren een diploma op zak hebben. “Deze laatste twee routes draaien het onderwijssysteem volledig om: het gaat niet over studenten die een leerprogramma volgen, maar een leerprogramma dat zich vormt naar de professionele ontwikkeling van de student.”

“De student kijkt zelf naar de kennis en vaardigheden die hij of zij wil opdoen, legt dit naast het aanbod en de mogelijke leeruitkomsten en stelt vervolgens zelf het leerprogramma samen. Vervolgens wordt in samenspraak met de loopbaanbegeleider de volgende logische stap bepaald.”

Binnen de modulaire route wordt het einddoel om een diploma te behalen, losgelaten. De opleiding wordt in modules opgedeeld en het onderwijs kan in kleinere delen georganiseerd worden. Dat klinkt eenvoudig, maar levert in de praktijk nog veel vragen op. “Kunnen deze modules worden gecertificeerd in de vorm van microcredentials, oftewel: een certificaat voor elk afgerond onderdeel? En zo ja, is het dan mogelijk om met het vergaren van deze credentials uiteindelijk een volwaardig diploma te behalen?” Ook is het een uitdaging om opgedane kennis bij de ene instelling te laten erkennen door de andere instelling. “Daarvoor is een gezamenlijke taal en werkwijze nodig tussen de verschillende instellingen. Maar ook intern moet je processen herzien om het traject in kleinere delen te kunnen opknippen.” Genoeg kwesties dus waar Den Hertog en zijn team zich in het Versnellingsplan over kunnen buigen.

Niet voor iedereen

Voor onderwijsinstellingen zitten er dus de nodige haken en ogen aan het organiseren van modulair onderwijs, maar voor de studenten ook. “Veel onderwijsinstellingen zijn bang dat jonge studenten via deze leerweg een beetje hapsnap gaan studeren en een stuk langer bezig zullen zijn, omdat zij niet langer gericht toewerken naar een diploma.” Den Hertog denkt daarbij dat studenten cruciale vaardigheden mis zullen lopen als zij op jonge leeftijd starten met het leren in modules. “Veel minder studenten zouden zich er nog toe zetten om een scriptie te schrijven. Dan moet je je namelijk een half jaar toeleggen op een onderwerp, je verdiepen en een goed dichtgetimmerd betoog opstellen. Dat zijn vaardigheden die je een student wél wilt bijbrengen.”

Den Hertog ziet de doorsnee student dan ook niet als de hoofddoelgroep van deze modulaire aanpak. “Laat studenten eerst hun startkwalificatie maar behalen voor zij aan modulair onderwijs kunnen beginnen.” Modulair onderwijs is vooral interessant – en geschikt – voor de post-initiële doelgroep. “Deze leermethode maakt onderwijs toegankelijk voor mensen met een volle agenda. Je hoeft namelijk niet meer je privéleven een paar jaar op een laag pitje te draaien om een diploma te behalen. Je kunt je eigen tempo bepalen. En als je besluit dat je tóch een diploma of certificaat wilt behalen, kan je straks hopelijk net zolang modules blijven stapelen tot je dit hebt bereikt.”

Delen:
Trending topics
Vier tips om meer uit Kahoot! te halen
Drie harde standpunten over verandermanagement