Home Thema's Onderwijsinnovatie Hoe leid je de invloed van digitalisering in het onderwijs in goede banen?
Onderwijsinnovatie

Hoe leid je de invloed van digitalisering in het onderwijs in goede banen?

Achtergrond

Hoe zorg je ervoor dat de overgang naar kwalitatief goed digitaal onderwijs bijdraagt aan meer rechtvaardigheid, menselijkheid en autonomie? Dat onderzocht het Rathenau Instituut in het rapport ‘Naar hoogwaardig digitaal onderwijs’.

Het rapport bekijkt digitalisering vanuit het perspectief van publieke waarden als privacy, veiligheid, toegankelijkheid, sociale gelijkheid en integriteit. De auteurs gebruiken een waardenkader met drie clusters van waarden – rechtvaardigheid, menselijkheid en autonomie – als instrument. Ze passen dit waardenkader toe als instrument op vier casestudies – adaptief leren, studiedata, leren op afstand en open science  – die zo zijn geselecteerd dat zowel leermateriaal, leermanagement als impact op het onderwijsmodel aan bod komen.

De twintig aanbevelingen

De auteurs komen op basis van het onderzoek tot twintig aanbevelingen voor partijen in het onderwijsveld om de invloed van digitalisering de komende jaren in goede banen te leiden. De twintig aanbevelingen zijn te verdelen in vier actielijnen: visie ontwikkelen, eisen stellen, ondersteuning bieden en onderzoek stimuleren.

Actielijn 1: Aanbevelingen bij visie ontwikkelen

Om adequaat met de kansen en zorgen omtrent digitalisering in het onderwijs om te gaan, is een toekomstgerichte digitaliseringsstrategie nodig op nationaal, sectoraal en lokaal niveau. Centrale elementen in de visieontwikkeling moeten zijn: 1) doordenken van de integrale invloed van digitalisering op het onderwijs, 2) gewenste vormgeving van onderwijs op de lange termijn, en 3) voorwaarden om onderwijsinstellingen volwaardig in te richten op het werken met digitale middelen.

  1. Ontwikkel een visie op digitalisering in het onderwijs. Daarmee krijgt de discussie over de wenselijkheid van digitale toepassingen vorm en kunnen investeringen in digitale middelen worden verantwoord.
  2. Houd rekening met complexe waardenafwegingen. Lokaal kan het waardenkader worden gebruikt om de impact van digitalisering in beeld te krijgen. Waardenafwegingen vertalen zich landelijk in politieke keuzes, bijvoorbeeld als het gaat om de toename in schermtijd, afname van direct sociaal contact, of modularisering van het onderwijsaanbod. Politieke partijen kunnen van inzicht verschillen in de mate waarin dit wenselijke ontwikkelingen zijn.
  3. Houd rekening met de brede notie van onderwijskwaliteit. Houd met het oog op de toenemende inzet van personalisering, evenveel oog voor kwalificatie als voor persoonsvorming in het onderwijscurriculum. Op deze manier kan het leren als sociaal proces worden geborgd.
  4. Houd rekening met fragmentatie van het onderwijsaanbod. Zorg dat fragmentatie leidt tot bruikbaar maatwerk maar niet tot een keurslijf en onwenselijke verkokering.
Actielijn 2: Aanbevelingen bij eisen stellen aan digitale infrastructuur en datagebruik

De invloed van technologiebedrijven zet publieke waarden onder druk. Het gaat bijvoorbeeld om de autonomie van leerlingen en docenten en gelijke toegang tot digitale middelen. Op dit vlak zijn op korte termijn landelijke afspraken nodig die eisen stellen aan de digitale infrastructuur en aan bepaalde vormen van datagebruik, zoals profilering

  1. Neem stelselverantwoordelijkheid. Creëer landelijke regie om privacy, keuzevrijheid en onafhankelijkheid te waarborgen en prijsopdrijving en ongewenst datagebruik te voorkomen.
  2. Neem juridische maatregelen om verticale integratie en ongewenst datagebruik tegen te gaan. Zie strikt toe op de handhaving van de bestaande wettelijke kaders en scherp deze waar nodig aan.
  3. Stimuleer onderwijsinnovatie waar modulariteit van de digitale infrastructuur, diversiteit en interoperabiliteit leidende voorwaarden zijn. Scholen kunnen pas onafhankelijker worden van grote technologiebedrijven als er, tenminste op onderdelen, alternatieven in de markt zijn.
  4. Versterk de rol van publieke instellingen zoals SIVON, SURF, Kennisnet en de portal Basispoort.
  5. Overweeg delen van de digitale infrastructuur in publieke handen te brengen. Met bouwstenen van de digitale infrastructuur, zoals digitale identiteiten, of cloudservices, in publieke handen wordt het beter mogelijk om gewenste marktwerking af te dwingen.
  6. Intensiveer de rol van universiteitsbibliotheken als brede en neutrale informatieverstrekker en bij het geven van lessen op het gebied van digitaal burgerschap en mediawijsheid.
Actielijn 3: Aanbevelingen bij ondersteuning bieden

Op een aantal manieren is er landelijke steun nodig om lokaal goed te kunnen opereren. Het gaat hierbij om het regelen van gelijke beschikking over goede hardware en software, over het opleiden van digitaal bekwame docenten en over het doorvoeren van aanpassingen aan het onderwijsmodel.

  1. Beperk ongelijkheid door te zorgen voor gelijke toegang tot de digitale onderwijsmiddelen (internet, digiborden, tablets en software) en door ongelijke leereffecten te bestrijden.
  2. Help leerkrachten met de nodige ondersteuning om goed digitaal onderwijs te verzorgen. Faciliteer ICT-coördinatie op scholen en overweeg periodieke bijscholing voor leerkrachten.
  3. Maak van digitaal onderwijs een speerpunt in lerarenopleidingen. Opleiding van nieuwe leerkrachten en digitale accreditatie moeten nationaal worden geregeld. Overweeg invoering van kwalificaties die expertise met digitaal en blended onderwijs uitdrukken.
  4. Koppel digitale leermiddelen en gepersonaliseerde leerpaden aan referentie- en streefniveaus zoals we die voor het traditionele onderwijs hebben vastgesteld. Er ligt een belangrijke taak voor de Rijksoverheid om uit te zoeken hoe dat gedaan moet worden en hoe dit in afstemming met de diverse onderwijssectoren moet worden opgepakt.
  5. Onderzoek mogelijkheden om chilling-effecten tegen te gaan en billijke fouttolerantie in te bouwen. Dit vraagt om actie en periodieke reflectie op lokaal, sectoraal en landelijk niveau.
Actielijn 4: Aanbevelingen bij onderzoek stimuleren

Met betrekking tot aanpassingen aan het onderwijsmodel, zoals modulair onderwijsaanbod, blended learning en formatief evalueren, bestaan nog veel vragen. Er is meer (praktijk)onderzoek nodig om te ontdekken welke aanpassingen het beste werken. Ook is er duidelijk behoefte aan meer onderzoek naar de leeropbrengst van digitaal onderwijs. Dit vraagt om landelijke regie, waarbinnen een belangrijke plaats wordt ingeruimd voor lokale praktijkervaringen en -inzichten.

  1. Stimuleer wetenschappelijk onderzoek naar de leeropbrengst van digitale leermiddelen, zoals adaptieve software.
  2. Maak didactische en pedagogische inzichten leidend bij de ontwikkeling van nieuw digitaal lesmateriaal. Faciliteer dat leerkrachten betrokken worden bij de ontwikkeling en implementatie daarvan. Als dit in een vroeg stadium gebeurt, zal dat tot kwalitatief betere producten leiden en tot grotere betrokkenheid van professionals bij digitale onderwijsinnovatie.
  3. Stimuleer per onderwijssector onderzoek naar de best werkende combinaties van online en fysiek onderwijs (blended learning). Hier ligt een sectorale opdracht die bijvoorbeeld via pilots in samenwerking met een aantal onderwijsinstellingen kan worden uitgevoerd.
  4. Werk met teams van experts waarin pedagogische, didactische, juridische en ICT-kennis bij elkaar komen. De teams kunnen publieke waarden borgen, juridische toetsen uitvoeren en eisen stellen aan datagebruik en databeheer. Zorg voor effectieve feedbackloops om te kunnen sturen op praktijkervaringen. Deze aanbeveling is vooral lokaal per onderwijsinstelling, of onder de vlag van bijvoorbeeld een scholenkoepel, op te pakken.
  5. Maak de Onderwijsinspectie scherp op de kwaliteit van onderwijs met ICT-middelen. Overweeg de invoering van kwaliteitskeurmerken voor digitale leermiddelen om onderwijsinstellingen te helpen wegwijs te worden in het woud van beschikbare digitale onderwijsmiddelen. Betrek hierbij ook lesaanbod dat buiten reguliere opleidingen wordt aangeboden, waaronder schaduwonderwijs.
Stevige call to action

Deze aanbevelingen vormen samen een stevige call to action. Juist in deze transitiefase valt er volgens de auteurs nog te sturen op de effecten van digitalisering die zich nu al voordoen of zich laten voorzien. Wanneer er geen gehoor gegeven wordt aan de call to action, zal digitalisering waarschijnlijk niet de onderwijskwaliteit verhogen en zullen de in dit rapport bij elkaar gebrachte zorgen de overhand krijgen. Daarbij gaat het om vragen als:

  • Komen kinderen niet teveel achter een scherm te zitten?
  • Is de zeggenschap over data, en daarmee de privacybescherming, goed geregeld?
  • Wordt de keuzeruimte van zowel docenten als leerlingen niet te zeer beperkt door onderwijsaanbod via algoritmen aan te sturen?

Er is volgens de auteurs genoeg werk aan de winkel om dat te voorkomen.

Bronnen: AVS en het Rathenau Instituut.

Delen:

Wil je op de hoogte blijven? Schrijf je nu in voor
de nieuwsbrief of registreer direct

Trending topics
Zo weet je zeker, dat je veilig mailt (volgens de AVG)
Kabinet pakt regie op digitalisering
Toekomstperspectief op digitaal toetsen en beoordelen