Home Thema's Onderwijsinnovatie Adnan Tekin (MBO Raad) over passie, transities en uitdagingen van morgen
Onderwijsinnovatie

Adnan Tekin (MBO Raad) over passie, transities en uitdagingen van morgen

Achtergrond

Adnan Tekin is een bevlogen voorzitter van de MBO Raad. Niet toevallig, want onderwijs is een enorme emancipatiemotor en dat is het meest zichtbaar in het beroepsonderwijs. Een gesprek over passie, transities en de uitdagingen van morgen.

Adnan: “Mijn passie voor onderwijs ligt in het simpele feit dat onderwijs een enorme emancipatiemotor is. Mijn vader was een Turkse gastarbeider van de eerste generatie. Het was een slimme man en hij vond het belangrijk dat ik goed Nederlands leerde. Daar heb ik veel baat bij gehad, eerst tijdens mijn schoolcarrière, later tijdens mijn maatschappelijke loopbaan. Ik was al jong bewust van het feit hoe belangrijk onderwijs is; door de taal goed te spreken heb je meer kansen om een goed diploma te halen en vooruit te komen. Ik heb zelf een lerarenopleiding gedaan, maar niet afgemaakt. Eigenlijk ben ik altijd in maatschappelijke thema’s geïnteresseerd geweest en werkte onder meer als assistent van achtereenvolgens de wethouder en burgemeester van Amsterdam; een stad waar onderwijs heel belangrijk is.

Als gedeputeerde van de Provincie Noord-Holland met onder meer de arbeidsmarkt in portefeuille zag ik elke dag weer hoe belangrijk de samenwerking tussen de drie O’s is. Onderwijs, overheid en ondernemers moeten het samen doen. In Noord-Holland speelt bijvoorbeeld wind op zee een belangrijke rol. Zonder goed opgeleide jongeren kunnen we die windmolenparken helemaal niet onderhouden. Als voorzitter van de MBO Raad maak ik ook deel uit van het bestuur van SBB. Het voorzitterschap van SBB sluit naadloos aan op thema’s als onderwijs en arbeidsmarkt, kwetsbare groepen, de aanpak van stagediscriminatie, de aanpak van jeugdwerkloosheid en onderwijskwaliteit. Belangrijk is de drievoudige kwalificatie die mbo-studenten een stevige ondergrond biedt om zich door te ontwikkelen. Een leven lang ontwikkelen is van groot belang, evenals de inzet op het sociale domein om zoveel mogelijk mensen een goede kans te geven in onze samenleving.”

“Juist die combinatie van soft skills en hard skills maken het mbo super interessant.”

Dynamische sector

“Het mbo is een dynamische sector die volop in beweging is en blijft. 40% van de werknemers heeft een mbo-achtergrond. De school is steeds meer een netwerk in de samenleving geworden. Dat zie je elke dag in de techniek, de horeca, de zorg, de economie en op het gebied van smart intelligence en de energietransitie. De breedte van het mbo is maatschappelijk enorm, van mensen in de entree-opleidingen die een extra zetje nodig hebben tot toekomstige leidinggevenden middenkader niveau 4. Het gaat daarbij niet alleen om de arbeidsmarkt, maar ook om goed burgerschap. Juist die combinatie van soft skills en hard skills maken het mbo super interessant. Van de werknemers van morgen vragen we dat ze flexibel en wendbaar zijn; die competenties leren ze tijdens hun opleiding.”

Leren van crisissen

“De economische crisis leerde ons dat onderwijs en bedrijfsleven intensief moeten samen werken, omdat ze elkaar versterken. Je zag toen overal leerwerkplekken in de school ontstaan. Corona leerde ons dat online heel veel kan, maar dat we het nodig hebben om elkaar fysiek te ontmoeten. En daar speelt de school een belangrijke rol in, als ontmoetings- en inspiratieplek voor studenten, docenten en het bedrijfsleven. We hebben net de opening van het nieuwe schooljaar gehad waarbij we elkaar weer fysiek kunnen ontmoeten en van de anderhalve meter af zijn.

Tijdens de pandemie zijn onze scholen altijd open gebleven voor de groep die eindexamen moest doen, de kwetsbare groep studenten en praktijklessen. We konden ze veilig opvangen in de grote ontmoetingsruimten, kantines en bibliotheken. Wat dat voor toekomstige huisvestingsopgaven betekent? Mogelijk een verschuiving van specifieke onderwijsmeters naar meer ontmoetingsmeters, die flexibel te gebruiken zijn.”

Fysieke context

“De fysieke context van het onderwijs blijft belangrijk. We blijven gewoontedieren en willen elkaar fysiek ontmoeten. Corona heeft voor een snelle ontwikkeling in online onderwijs gezorgd en de competenties die daarbij nodig waren, dus ik denk dat we vormen van hybride onderwijs gaan zien. Niet in de verhouding als tijdens corona, maar belangrijk wordt dat het onderwijs snel kan schakelen tussen fysiek en online onderwijs als dat nodig is.

Ik denk niet dat we weer terugvallen in 100% fysiek onderwijs en in feite laat de netwerkontwikkeling van de afgelopen jaren al zien dat onderwijs en bedrijfsleven nauw met elkaar verweven zijn. Het voorbeeld van Zadkine, waarbij niet meer (alleen) ruimten, maar soorten activiteiten centraal staan in de meters en inroostering is een interessante ontwikkeling, zeker waar het de organisatie van het onderwijs betreft. Duidelijk is dat de rol van de docent snel is veranderd en we zien ook al meerdere tussenfuncties en rollen met het bedrijfsleven ontstaan. We zien hoe scholen en bedrijven gebruik maken van elkaars infrastructuur. Bedrijven die zelf in eigen gebouwen en inrichting investeren en zo in wisselwerking met het onderwijs optrekken. Dat zie ik steeds meer gebeuren.”

Adnan Tekin
Opleiding op maat

“Ik was onlangs bij de voorzitter CvB Mirjam Koster van het Graafschap College in Doetinchem, waar ze me het project Mijn School liet zien. Dat is een andere aanpak om studenten die om wat voor reden hun draai niet kunnen vinden toch aan een diploma te helpen. Ze krijgen een opleiding op maat, waarbij de maatschappij naar de school komt. Ik kwam op een bedrijventerrein in een soort bedrijfshal met in een hoek een tv met zitje, ergens anders een open lokaal met werkplekken. Dat is hun concept, dat studenten in hun eigen tempo bepalen hoe ze hun opleiding vorm geven en uiteindelijk een volwaardig mbo-diploma halen. Dat is zo anders dan een traditionele school. Ik was positief verrast en merk overal dat de organisatie van het onderwijs anders wordt. Docenten en studenten leren andere competenties. Een school kan dat allemaal zelf proberen, maar ook naar een hybride manier van begeleiden en coachen toegroeien.

Mbo-scholen investeren in toenemende mate in de regio. Daarvan zijn hele mooie voorbeelden te geven, zoals de Bouwacademie in Waddinxveen of de Beroepscampus in Middelharnis. De vaak regionale ontwikkeling naar bouwacademies waarin vmbo, mbo, hbo en bedrijfsleven samenwerken is een grote uitdaging. Als je dat allemaal bij elkaar brengt, dan dwing je de organisaties elkaars cultuur te leren kennen. Dat is zowel goed voor leerlingen en studenten, die bij elkaar in de keuken kunnen kijken als ook voor werknemers, die zich er kunnen bijscholen. Het mbo is regionaal goed ingebed. Iedere regio heeft zijn eigen DNA, vraag en behoefte, waar een mbo instelling samen met zijn natuurlijke partners op kan inspelen.”

Cross-overs

“Je ziet dat de grenzen tussen de sectoren vervagen. Dat maakt het belangrijk om niet alleen vanuit je eigen kolom maar vanuit de vraag van de markt te denken. Het algemene beeld dat techniek alleen maar met vieze handen te maken heeft is achterhaald. Denk aan de hotspots waar meisjes met robotica, 3D-printen en nieuwe media werken. Dat zet zich door naar alle sectoren en leidt tot hele mooie cross-overs. Dat komt ook terug in de bouw met prefabelementen en circulair en losmaakbaar bouwen, of in de zorg met domotica en de energietransitie met zonneparken en windmolens. Nieuwe technieken waar we als onderwijs op moeten inspelen. Dat vraagt om andere skills en ook andere competenties.

“Het is ook een verantwoordelijkheid van de samenleving in totaal om cruciale beroepen in stand te houden en te zorgen voor goed gekwalificeerd personeel.”

Daarom ben ik een voorstander van het uitstellen van de beroepskeuze rond je 15e jaar. Dan weet je net iets beter wat je kunt en wat je wilt. Nu zijn het de ouders of de peer group die op jonge leeftijd veel invloed hebben. In Nederland selecteren we te snel. Als we dat echt anders zouden doen ben ik ervan overtuigd dat meer leerlingen beroepsgericht zouden kiezen. De wedloop in de samenleving stelt dat hoger beter is, maar in de praktijk is dat niet zo. Een manager in de metaaltechniek verdient een dik belegde boterham. Het is ook een verantwoordelijkheid van de samenleving in totaal om cruciale beroepen in stand te houden en te zorgen voor goed gekwalificeerd personeel. Als je zelf als school investeert in innovatieve leeromgevingen, samen met het bedrijfsleven en het primair onderwijs moet dat zijn vruchten afwerpen.”

Individueel leerrecht

“Wat wij graag willen is dat een nieuw kabinet besluit om iedere Nederlander en dus ook elke mbo-student een budget met individuele leerrechten te geven waarmee hij of zij echte vliegmeters kan maken. Studenten uit een kwetsbare omgeving en wat lager geschoolde studenten zouden wat meer geld mogen krijgen, kiezen voor een zogenaamde tekortsector als zorg of een maatschappelijke transitie levert je een extra premie op. Dat zou op de korte termijn een oplossing kunnen zijn om mensen ook om-, bij- en nascholing te geven. Als we dat niet doen houden we krantenartikelen over tekorten in de sectoren. Onze scholen hebben een strategische rol in hun eigen regio, waarbij ze vanzelfsprekend samenwerken met de gemeente en het bedrijfsleven. We kunnen veel meer dan met de huidige wet- en regelgeving mogelijk is; die is in veel gevallen te beperkend.”

“Het mbo denkt steeds minder in gebouwen en steeds meer in netwerken.”

Flexibiliteit

“Het mbo denkt steeds minder in gebouwen en steeds meer in netwerken. Vervolgens kijk je waar je wat een plek gaat geven. De infrastructuur volgt uit de inhoud en moet mee kunnen bewegen. Innovatieve leeromgevingen die ontmoeten en samenwerken stimuleren zijn ook bekostigde onderwijsmeters. Het is niet meer dat traditionele onderwijsgebouw van vroeger, maar een innovatieve leer- en werkomgeving met een veel bredere doelgroep. Het is een maatschappelijke opgave om je eigen gebouw te verduurzamen. Maar eigenlijk kom ik geen oude aftandse gebouwen meer tegen. Ik denk dat het toverwoord flexibiliteit is; leer- en werkomgevingen zo inrichten dat je snel op nieuwe vragen kunt inspelen. Het gebouw moet je helpen in de transformatie en geen sta in de weg zijn.”

Verbinding

“Mijn belangrijkste bijdrage in deze baan is toch die verbinding met de samenleving. Dan heb je het over een leven lang onderwijs, ontwikkelingen binnen het sociaal domein, jongeren uit een kwetsbare omgeving die je graag een diploma wilt laten halen en inburgering. Wij zijn meer dan een opleidingsbedrijf en mijn droom zou zijn dat we daar nog meer in kunnen betekenen met een publieke opdracht en de centen erbij. De erkenning dat onze sector enorm veel kan betekenen is belangrijk. Daarnaast zouden veel meer studenten voor het beroepsonderwijs moeten kiezen. Hoger is echt niet beter. Als je met een mbo-diploma de school verlaat heeft dat waarde voor jezelf en voor de samenleving. Bedrijven trekken aan onze jongens en meisjes. Prima; maar laat ze wel eerst hun diploma halen.”

Delen:

Wil je op de hoogte blijven? Schrijf je nu in voor
de nieuwsbrief of registreer direct

Trending topics
Hoe richt je met technologie onderwijs flexibel in?