Home Thema's Onderwijsgebouw 2.0 CO2 neutraal onderwijs? Kijk ook naar circulair bouwen
Onderwijsgebouw 2.0

CO2 neutraal onderwijs? Kijk ook naar circulair bouwen

Achtergrond

Circulair denken en werken in het onderwijs betekent een totale omslag in denken en verlangt een duidelijke visie. En als je dan je schoolgebouw circulair wilt aanpakken dan helpen wet- en regelgeving ook niet mee, waarbij gebouwen nog steeds worden afgeschreven en duurzaam bouwen duurder is. Een aantal ervaringsdeskundigen, waaronder Esprit Scholengroep, ROC Alfa College en ROC Friese Poort, bespreken dit belangrijke thema aan de hand van 4 uitdagende stellingen.

Stelling 1: Energieneutraal bouwen is sowieso vanzelfsprekend

Koen Rooseboom: “Circulair bouwen is niet alleen een ‘circulair sausje’ maar een nieuwe manier van werken. Steeds duidelijker wordt dat we zuinig op onze aarde moeten zijn. Energieneutraal bouwen staat niet op zichzelf, maar is een onderdeel van circulair bouwen. Energieneutraal bouwen met circulaire materialen is daarom de beste oplossing.” Thomas Bögl: “We zijn erg op energieneutraal bouwen gericht, maar het gaat in de toekomst met name over de materialen. We hebben de technologieën al om energieneutraal te bouwen, maar doen het nog niet. Het klimaat verandert snel en we moeten onze verantwoordelijkheid nemen. We staan dus voor een fundamentele omslag.” Jaap van Bruggen knikt: “In 2030 willen we 100% CO2 neutraal onderwijs verzorgen. In de bedrijfsvoering is dat makkelijk, maar moeilijker wordt het om in al die opleidingen studenten straks CO2 neutraal te laten opereren.

We zijn met mooie projecten bezig; binnenkort starten met we in Drachten met een combinatie ziekenhuis en school. Dat wordt een houten gebouw en weerspiegelt ook onze visie op de samenleving. Een circulaire economie is nodig en dan gaat het om grondstoffen en CO2 uitstoot. Uit onderzoek binnen ons ROC bleek dat 70% door mobiliteit wordt veroorzaakt en zo’n 10% door de gebouwde omgeving. Mobiliteit is één van de grootste vervuilers; studenten en medewerkers die heen en weer gaan. Als we dat aanpakken kunnen we impact maken.”

Deelnemers debat Circulair bouwen in het onderwijs
Stelling 2: Circulair bouwen begint met een visie op onze planeet

Jan Willem van Kasteel: “Daarom moet de top van de organisatie een heldere visie hebben die ook door wordt gezet. Dat mis ik vaak bij opdrachtgevers en dat verschilt overigens per onderwijssoort. Een ROC is verantwoordelijk voor de eigen exploitatie en huisvesting en kan sneller schakelen. Binnen het voortgezet- en primair onderwijs zijn de budgetten te laag en de geldstromen voor investering en exploitatie gescheiden. Dan wordt het lastig om duurzaam te denken. Het zijn vaak mooie plannen en vergezichten en vervolgens gaat iedereen over tot de orde van de dag. Duurzaamheid wordt alleen maar duurder, denken mensen. Je ziet ook een enorme lobby van allerlei industrieën. De invloed is te groot en het belang om niet te veel ineens te veranderen ook. Desondanks blijft de verantwoordelijkheid om dit wel op te pakken.”

Opleidingsmanager Klaas Berends: “Een koersuitspraak van ons CvB is dat we waarde willen toevoegen om een betere wereld te helpen maken. Dat hebben we in de verbouwing in Hoogeveen zichtbaar gemaakt en nu ook in het karakter van onze opleidingen. Koen knikt: “Daarom moeten we ook bouwen met de gedachte dat we materialen later weer kunnen gebruiken en dat we de aarde niet belasten met ons afval.” Klaas Graveland begeleidde de renovatie van het Alfa-college vanaf de inschrijving tot en met de inrichting: “Het was ons eerste grote circulaire project. We hebben gaandeweg veel geleerd en ontwikkelen ons als circulaire bouwers en leiden onze mensen nu ook op als circulaire bouwers.” Maarten Boelsma: “Esprit heeft veertien scholen te besturen. Van meet af willen we circulariteit als speerpunt nemen en in onze standaard werkprocessen doorvoeren. Toch zie ik veel cognitieve dissonantie. Het is moeilijk om het gedrag van mensen te beïnvloeden.”

“De gebouwde omgeving op de aarde is een goudmijn van materialen en grondstoffen. Deze hoeven we alleen nog maar te oogsten en kunnen we vervolgens opnieuw gebruiken”

Stelling 3: Circulariteit betekent restwaarde en op een andere manier naar financiering kijken

Jaap knikt: “Ons belastingstelsel is sterk verouderd in relatie tot duurzaam bouwen. Dat gaat nog uit van traditioneel lineair bouwen, waarbij afval niet erg is en nauwelijks wordt belast. De kosten voor arbeid met circulair bouwen zijn hoger en die moeten juist omlaag en de kosten voor vervuilende producten omhoog. Zolang dat niet het geval is, zullen opdrachtgevers in moeilijke situaties altijd de keuze voor goedkoper en dus vervuilender maken. Er zal een vorm van fiscale vergroening moeten komen.”

Thomas: “Dat je gebouwen afschrijft is een rare gedachte. Ik denk dat de accountants uiteindelijk onze wereld zullen redden. Als een gebouw waarde houdt, ga je er anders mee om. Tegenover afval moet waarde voor materialen staan.” Klaas Graveland: “We zien als bouwer wel dat de overheid mogelijkheden biedt. We kunnen fiscaal voordelig investeren in milieuvriendelijke technieken met de Milieuinvesteringsaftrek (MIA) en de Willekeurige afschrijving milieu-investeringen (Vamil). De investeringsaftrek kan tot 36% van het investeringsbedrag oplopen.

Het systeem werkt al in de woningbouw en kan zo naar scholen worden vertaald. De oplossing ligt ook in aanpasbare gebouwen, waarbij ontwerp en uitvoering integraal worden aanbesteed. Dan kan de focus ook beter op restwaarde liggen met meer kansen op leefbaarheid en comfort. Daar hoort een punten- of waarderingssysteem bij, waarbij restwaarde en uitstoot worden meegenomen. Dat moet ook fiscaal geregeld worden.”

Jan Willem: “Ik heb een rekenmethodiek gemaakt waarbij je met circulair en demontabel bouwen rekent. Dat levert bijvoorbeeld 20% restwaarde aan herbruikbare materialen op en dat betekent direct iets in de jaarlasten en kapitaallasten en daarmee de middelen die je direct kunt investeren in gezonde gebouwen. We moeten van vastgoed naar losgoed gaan. We moeten die restwaarde verder optimaliseren door ook zo gebouwen te gaan ontwerpen. De oplossing zit veel aan de recycle kant. Dat vraagt ook om andere skills van de architect.” Klaas Berends: “We noemen onszelf de school van duurzaamheid en circulariteit. Zo hebben we een ambassadeur circulariteit benoemd met een halve baan om het circulaire gedachtegoed voor het voetlicht te krijgen. Ook hebben we een aparte stichting opgericht van waaruit we nieuwe opleidingen organiseren. Die integrale aanpak moet tot een andere manier van denken leiden.”

Stelling 4: Het hergebruik van bestaande materialen is veel te kostbaar en daardoor niet houdbaar

Koen: “Onzin. De gebouwde omgeving op de aarde is een goudmijn van materialen en grondstoffen. Deze hoeven we alleen nog maar te oogsten en kunnen we vervolgens opnieuw gebruiken. De technieken worden steeds verfijnd en er is steeds meer mogelijk. Is het niet 1 op 1 hergebruik of hergebruik in een andere vorm, dan is het wel het hergebruiken van de grondstoffen. Het verbruiken van deze grondstoffen zou een enorme verspilling zijn en zou betekenen dat er meer primaire grondstoffen nodig zijn.”

Circulaire gevelrenovatie Windesheim

Thomas vult aan: “Bij de circulaire gevelrenovatie van Windesheim hebben we een hele andere denkwijze ontwikkeld; hoe ga je detailleren en hoe groot zijn (hanteerbare) elementen, die je moet kunnen vervangen tijdens de levensfase, bijvoorbeeld om onderhoud te plegen. Je wilt voorkomen dat over dertig jaar de hele gevel eraf moet. Circulair renoveren maakt ook mogelijk dat je de installatie aan de buitenkant kunt oplossen. We hadden het geluk dat we een ambitieuze opdrachtgever hadden die een team wilde waarbij iedereen circulair naar de opgave zou kijken. We moeten af van het idee dat elke school een eigen uniek maatpak krijgt en meer generiek denken. Dat betekent niet dat we weer terug gaan naar de H-scholen. Circulariteit gaat over leefbaarheid. Het is niet alleen sustainable architecture of cradle to cradle, maar het gaat om het leefbaar maken van de omgeving en daar horen alle aspecten van de organisatie bij.”

Dat bevestigt Jaap: “De gedachte is dat duurzame huisvesting ten koste gaat van iets, maar dat is niet zo. Uit onze laatste projecten blijkt dat de gebruikers zeer tevreden zijn omdat we goed nagedacht hebben over de kwaliteit van gebouwen. Die zijn veel beter dan de gebouwen van twintig jaar terug. Dat gaat over leefbaarheid in de gebouwen. Mensen voelen zich prettig en dat is de grootste winst die je kunt halen.”

Maarten: “Wij wilden eerder de renovatie van de gevel van een schoolgebouw traditioneel insteken; de oude gevel eraf en een nieuwe erop. Uiteindelijk is dat een heel circulair project geworden met een natuurinclusieve aanpak. Het was vooral voor de adviseur lastig om de traditionele knop om te zetten; ik merkte dat die toch gewend is om zo’n project op de klassieke manier aan te vliegen. Als opdrachtgever moet je dus een goede visie hebben en dat ook van je adviseurs verlangen. Dat duurde in dit project even omdat het om een radicale omslag gaat, maar uiteindelijk is het resultaat geweldig geworden.”

Deelnemers

  • Thomas Bögl – Partner-architect LIAG
  • Jan Willem van Kasteel – Senior adviseur ICSadviseurs
  • Koen Rooseboom – Medewerker circulair Bork Groep
  • Maarten Boelsma – Hoofd facilitaire zaken Esprit Scholengroep
  • Klaas Graveland – Directeur HuneBouw
  • Klaas Berends – ROC Alfa-college Hoogeveen
  • Jaap van Bruggen – Manager Facilitair ROC Friese Poort

Delen:

Wil je op de hoogte blijven? Schrijf je nu in voor
de nieuwsbrief of registreer direct

Trending topics
Hoe richt je met technologie onderwijs flexibel in?