Home Thema's Onderwijsgebouw 2.0 Campusgebouw Hogeschool Rotterdam – het ontstaan van een ministad
Onderwijsgebouw 2.0

Campusgebouw Hogeschool Rotterdam – het ontstaan van een ministad

Achtergrond

Is het nu een gebouw of is het een gebouwcampus? Met 41.000 m² en dagelijks 9.000 studenten is het een campus als optelsom en tegelijk symbiose van de verschillende verbonden gebouwdelen. Het is eigenlijk een ministad met eigen wijken, een studiestraat met pleinen, een eigen café en restaurant en het prominente auditorium dat vervolgens weer aanhaakt op het stedenbouwkundige plan van campus Woudestein.

Een mooi gesprek met drie experts aan tafel: projectarchitect Raymond van Sabben van Paul de Ruiter Architects, programmamanager nieuwbouw van de Hogeschool Rotterdam Arjen Luesink en projectleider van het programma van eisen voor de nieuwbouw van Bouwdeel C Pepijn van Sandijk van ICSadviseurs. Arjen opent: “De indirecte aanleiding voor de uitbreiding van deze kernlocatie is dat de hogeschool veel panden heeft en sterk is gegroeid. We kiezen bewust voor een spreiding van gebouwen en onderwijsaanbod. Dit is meer een economische hoek, maar daarnaast hebben we onze RDM locatie met juist veel werkplaatsen, waar onderwijs en bedrijfsleven intensief samenwerken.

Omdat er veel huurpanden in onze vastgoedportefeuille zitten is besloten om ons beter te positioneren op onze eigendomspanden en deze naar een goed niveau te brengen, zoals deze uitbreiding aan de Kralingse Zoom en ook een renovatie op onze locatie aan het Academieplein. Het vorige bouwdeel C was functioneel in slechte conditie, met een gevel die potentieel brandgevaarlijk was. Daarom hebben we besloten Bouwdeel C te vervangen door nieuwbouw. Dit is een trend die door is gezet na een vergelijkbare vervangende nieuwbouw van Bouwdeel D in 2017. Vorig jaar is het bestaande volume van 9.000 m² circulair ontmanteld en dit jaar start de bouw van het nieuwe Bouwdeel C met 14.000 m², waarvan 2.000 m² als flexibele schil kan worden ingezet. De opdracht aan de architect was om met de overige bouwdelen van de kernlocatie één geheel te maken.”

Eigen kenmerken

Raymond: “Wij hadden als architect het voordeel dat we gebouwdeel D ook hadden gedaan, dus het complex en de organisatie goed kennen. De hogeschool was gericht op de achterkant en niet op de campus Woudestein. Aan de westkant, waar de Erasmus Universiteit zich bevindt, ontwierpen we in 2017 al een nieuwe entree. Via de begane grond en twee loopbruggen aan weerszijden van bouwdeel C sluiten de verdiepingen van de nieuwbouw gelijkvloers aan op alle verdiepingen van de andere gebouwen in het complex. Zo ontstaat een rondloop door alle bouwdelen wat de flexibiliteit, bruikbaarheid en de onderlinge verbindingen enorm verbetert. In het midden van bouwdeel C komt ook de nieuwe entree voor het gehele complex. Deze dubbelhoge entreehal verbindt de campus Woudestein met de interne studiestraat. Vanuit die centrale ruimte in het complex kan men vervolgens de verschillende bouwdelen bereiken. Elk bouwdeel heeft een eigen hart en zijn eigen sfeer binnen de overkoepelende uitstraling van de Business School. Met de nieuwe entree is het gebouw straks beter aangesloten op de campus en dat gaat voor meer samenwerking met de Erasmus Universiteit zorgen.”

Arjen knikt: “Hier zaten eerst vier instituten met een eigen DNA en geschiedenis, van oudsher de meer economische opleidingen, zowel commercieel als internationaal. Twee jaar geleden zijn drie van deze instituten samengevoegd onder de noemer Hogeschool Rotterdam Business School, kortweg HRBS. Met de oplevering van Bouwdeel C wordt het plaatje compleet en wordt ook het laatste instituut hier ondergebracht.”

In verbinding met de wereld

Raymond: “In het ontwerp staan openheid en verbinding centraal. Eén van de kenmerken van het gebouw is de glazen gevel van het atrium. Het grote trapsgewijs oplopende atrium krijgt een houtconstructie aan de noordgevel. De houten trappen liggen direct aan de glazen gevel van het atrium en verbinden de verschillende verdiepingen en studiepleinen van het gebouw. De achterwand van het atrium wordt gevormd door diverse transparante projectruimtes die, net als de trappen, een uitzicht bieden op de campus. Omgekeerd geeft de transparante gevel vanaf de campus vrij zicht op de beweging en uiteenlopende activiteiten die zich in het gebouw afspelen, de Hogeschool Rotterdam staat zo letterlijk in verbinding met de wereld om haar heen. De nieuwe loopbruggen zijn transparant vormgegeven als onderbreking tussen de bouwdelen, zodat je snapt dat je een ander gebouwdeel ingaat. Dit is belangrijk voor de herkenbaarheid en oriëntatie in zo’n groot complex. Straks ervaar je het als één gebouw met verschillende onderscheidende kenmerken. Dat moet ook, want er kunnen op een dag 8.000 gebruikers aanwezig zijn. Een hele functionele stap die ook voor het onderwijs erg belangrijk is, omdat daarmee meer synergie tussen de opleidingen mogelijk is. Je kunt straks helemaal rondlopen en elk onderdeel heeft een eigen herkenbare thuisbasis. Het bouwdeel C is volledig energieneutraal ontworpen. Dat sluit aan bij de visie van de economische opleidingen van Hogeschool Rotterdam, waar maatschappelijk verantwoord ondernemen deel van uit maakt.”

Ministad

Raymond verder: “Het is eigenlijk een ministad met eigen wijken, een studiestraat met pleinen, een eigen café en restaurant en het prominente auditorium dat vervolgens weer aanhaakt op het stedenbouwkundige plan van campus Woudestein. Het café komt op de hoek te liggen en krijgt een ingang binnendoor en buitenom zodat hij zelfstandig kan functioneren. We wilden op die plek levendigheid creëren. Je kunt er borrels organiseren en afstudeerfeesten houden, maar hij kan ook in de weekenden uitgebaat worden.”

Arjen knikt: “Bouwdeel D is echt een onderwijsgebouw, dat aantakt op de bestaande gebouwen. Bouwdeel C maakt het geheel af en geeft deze locatie een duidelijk gezicht. Studenten kunnen straks helemaal door alle bouwdelen rondlopen en de routing is vanuit het centrale atrium duidelijk aangegeven.”

Geconcentreerd werken

Arjen: “We dachten dat we door de digitalisering van het onderwijs minder meters nodig zouden hebben, maar dat is dus niet zo. Je ziet wel een verschuiving in het soort meters. We zien nu weer dat studenten hier graag komen, omdat ze een beetje op dat thuis leren zijn uitgekeken. Ze komen hier ook voor studiewerkplekken omdat dat in vele gevallen toch prettiger studeren is dan in een druk studentenhuis of bij de ouders thuis. Hierdoor is een enorme vraag naar studielandschappen waar studenten rustig kunnen werken.”

Pepijn: “In gesprekken met studenten en docenten hebben we de behoefte aan activiteiten en soort ruimten in kaart gebracht. Samenwerken vraagt om een ander type ruimte dan geconcentreerd werken. Door het type activiteiten en werkplekken van een bepaalde aard te combineren hebben we berekend wat de capaciteit van het gebouw moest zijn, vertaald naar werkplekken, concentratieplekken, vergaderplekken en plekken voor groepswerk. Onze aanname was dat er voldoende werkplekken aanwezig moesten zijn en dat klopt ook in de praktijk.”

Raymond knikt: “Dat proces ging nu veel makkelijker dan destijds in gebouwdeel D. Je kunt prima een kantoor met zes werkplekken hebben in combinatie met concentratieplekken en kleine ruimten om even te bellen. Zo hebben we in de werkgroepzalen diepe treden gemaakt, zodat je die ook als studiezaal en ruimte voor projectgericht werken kunt gebruiken.”

“Het transparante karakter van het gebouw haalt de buitenwereld binnen en brengt de binnenwereld naar buiten, de Hogeschool Rotterdam staat zo letterlijk in verbinding met de wereld om haar heen”

Pepijn: “Je ziet wel dat medewerkers meer thuis werken. Een administratief medewerker kan prima bijvoorbeeld drie dagen op kantoor en twee dagen thuis werken. In de gesprekken met medewerkers merkte ik dat de bereidheid om over minder werkplekken na te denken is gegroeid. Dat was een jaar geleden toch anders. We hebben via een rekenmodel een mix gemaakt van soorten werkplekken en kantoren. Vroeger hoorde bij een bepaalde activiteit één functionele ruimte, nu zijn dat er soms vier.”

Raymond: “De studenten wilden graag plekken om geconcentreerd te werken. We hebben de balans gezocht tussen plekken voor zelfstudie, geconcentreerd leren en leren met elkaar. We maken een mediatheek met een deel leeszaal en uitgifte en daarnaast studietafels. We maken ook een grote vloer met alleen maar concentratiewerkplekken. Dat is deels een inrichtingsopgave en de interieurarchitect legt daar tapijt op de vloer en maakt gestoffeerde wanden, zodat de akoestiek weer goed is. Met kleur en materialen kun je heel sterk de sfeer bepalen. De bedoeling is dat men door de eigen sfeer van de ruimte als vanzelfsprekend stil aan het werk gaat. In gebouw D hebben we een soort tableau vivant gemaakt. Vanuit het atrium zie je een glazen wand met daarachter kleine ruimten, bedoeld als multifunctionele ruimten, voor overleg, 1 op 1 gesprekken of om even te bellen. Deze ruimten worden niet ingeroosterd. In het nieuwe deel komt ook een groot atrium aan de gevel met daarachter weer dat spel van doorkijkjes. We maken dat atrium akoestisch erg goed, zodat je er ook in kunt studeren en daarom is het atrium afgescheiden van de drukkere ruimten, zoals het café en de studiestraat. Al met al ontstaat er straks een diversiteit aan plekken met een mooie mix tussen vormen van leren en spontaan ontmoeten.”

Delen:

Wil je op de hoogte blijven? Schrijf je nu in voor
de nieuwsbrief of registreer direct

Trending topics
Hoe richt je met technologie onderwijs flexibel in?