Home Thema's Onderwijsgebouw 2.0 Leren doe je samen en je leven lang
Onderwijsgebouw 2.0

Leren doe je samen en je leven lang

Achtergrond

Wat zijn de gevolgen van digitalisering op de huisvesting van het onderwijs? Deze tijd laat zien hoe belangrijk de fysieke ontmoeting is. De leeromgeving is een holistisch begrip, waarbij het fysieke gebouw niet meer alleen de plek is waar het gebeurt. De docent is zowel coach als gids en de relatie met de hogeschool eindigt niet met het diploma.

“Stel dat wat we nu meemaken de realiteit voor de komende tien jaar blijft. Dan leven we in een decennium waar anderhalve meter de norm blijft, met alle fysieke beperkingen van dien. Dat zou heel slecht voor het onderwijs en onze studenten zijn, die het wel gehad hebben met thuis zitten en op afstand onderwijs volgen.” De opening van Ronald Beckers laat gelijk zien hoe actueel het thema leeromgeving is. Ronald is manager onderzoek, innovatie en masters bij de Academie Educatie van de HAN (Hogeschool van Arnhem en Nijmegen): “Voordat ik 15 jaar geleden bij de HAN begon werkte ik als consultant bij Royal Haskoning aan vraagstukken op het gebied van huisvesting en facility management. Nadat ik de overstap naar het onderwijs had gemaakt schrok ik; in plaats van PowerPointpresentaties zag ik nog de overheadprojector met slides en vooral veel standaard lokalen. Feitelijk was het onderwijs niet veranderd sinds de tijd dat ik zelf op school zat.

“In de periode na 2006 zag ik het gedrag van studenten snel veranderen. In 2008 kwam de iPhone, gevolgd door de iPad en tablets in 2010. Dat veranderde de werkelijkheid van studenten en het gevolg was dat er steeds meer digitale middelen in de klas kwamen. Ik vroeg me af of de traditionele organisatie van het onderwijs nog wel boeiend genoeg was voor de nieuwe generatie studenten, ook vanuit de huisvesting gezien. In 2016 promo- veerde ik op het thema onderwijshuisvesting in het hoger onderwijs met als titel a learning space odyssee. De hoofdvraag was hoe instellingen voor hoger beroepsonderwijs de fysieke leeromgeving beter kunnen laten aansluiten op de digitale ont- wikkelingen in het onderwijs. Vanaf 2020 werk ik als academiemanager bij de lerarenopleidingen en help ik om de nieuwe generaties docenten voor te bereiden op hun rol in een tijd waarin verandering de constante is geworden.”

De alwetende docent

“Onderwijs is vanaf het moment dat de leerplicht werd ingevoerd aanbodgericht. Dat komt omdat het systeem gebaseerd is op het industriële denken. Rond 1900 moesten grote aantallen kinderen naar school als gevolg van de invoering van de leerplicht en de standaardisatie in de fabrieken werd vertaald naar het onderwijs. Het onderwijssysteem bepaalde wat er geleerd wordt, wanneer, op welke plek en van welke docent. Dat systeem van uniformiteit heeft lang standgehouden, maar begint nu snel af te brokkelen. Mede door de digitalisering is het makkelijker geworden om gepersonaliseerd onderwijs te geven, dus veel meer vraaggestuurd.

“De uitkomst is dat hoge­ scholen beter moeten aansluiten bij de behoefte van de studenten om op verschillende soorten plekken te leren, te werken en elkaar te ontmoeten”

Je kunt overal content vandaan halen, dus waarom alleen uit het door de docent opgegeven boek? Dat vraagt om een ander pedagogisch en didactisch handelen, waarbij de docent met de student invulling geeft aan vooraf geformuleerde leeruitkomsten. Vooral in het deeltijdonderwijs zie je dat, omdat de studenten vaak al werkervaring hebben. Als ze kunnen aan- tonen dat ze bepaalde stof beheersen kunnen ze voor dat onderdeel vrijstelling krijgen. Daarmee samenhangend is zelfsturing logischer geworden, waarbij studenten de eigen leerroute bepalen op een manier en in het tempo dat hen past. En eigenlijk ook wel logisch; in het oude model strooit een docent veel informatie over een groep studenten uit, waarbij elke student vervolgens bepaalt of die informatie relevant is.”

“Effectief informatie vergaren kan dus veel beter en gerichter in een digitale leeromgeving. De kansen die dat biedt zie je nu ook al in het basisonderwijs waarbij digitale methoden helpen om kinderen op maat te leren rekenen en spellen. Door leuke oefeningen leren ze op een natuurlijke manier naar een hoger niveau te schakelen als ze daaraantoe zijn. Zo kan op maat toetsen veel makkelijker met digitale middelen. Dat vraagt andere competenties van de docent. Het beeld van de alwetende op het podium is achterhaald. De docent wordt steeds meer een coach die de student begeleidt in het leerproces. Je moet als leerling en student goed kunnen inschatten welke informatie je nodig hebt en of de informatie op het internet betrouwbaar is of relevant is. Als coachende docent leer je leerlingen dat soort dingen.”

Samen leren en werken centraal

“In gesprek met een aantal vastgoedmanagers vroeg ik of en hoe ze op de digitale ontwikkelingen inspeelden. Het antwoord was dat het onderwijs de vragen formuleert en vastgoed vervolgens de behoefte aan huisvesting bepaalt. Anticiperen was er niet bij. Toch zien we hoe in een periode van vijf jaar de omgeving van het onderwijs is veranderd. We hebben dat onderzocht en procentueel zie je dat ruimten voor informeel ontmoeten en groepsgericht werken toenemen, ten koste van traditionele onderwijsmeters. Die ontwikkeling zag je ook in de leermodellen, waar projectgericht werken meer aandacht kreeg vanuit de theorie van het sociaal constructivisme. De essentie is dat je veel meer leert als je samenwerkt.”

“Het connectivisme gaat als stroming verder en stelt dat de digitale snelweg nog meer mogelijkheden voor het samen leren en werken biedt. Waarom zou je met drie studenten in een fysieke ruimte moeten samenwerken terwijl het internet je heel makkelijk en snel toegang geeft tot informatie vanaf je eigen bank in plaats van een harde stoel op school? Je zag hoe snel studenten die ontwikkeling oppakten. Was de opdracht om een werkstuk over cateringmanagement te maken, dan werden via social media vragen uitgezet om voorbeelden van de aanbesteding van catering te vinden.”

Elkaar ontmoeten

“Toch legt deze periode met corona goed bloot waarom kinderen en studenten graag naar school willen. Het belang van een duidelijke structuur en het elkaar ontmoeten maken het leven leuker en makkelijker. Leerlingen en studenten geven ook aan dat fysiek onderwijs voor een extra verdieping in de stof zorgt. Een device helpt, maar vervangt de behoefte aan persoonlijk contact niet. Dat was dan ook een belangrijke conclusie van mijn proefschrift, waarbij ik studenten dagboekonderzoek liet doen. Daaruit bleek dat zij voor verschillende activiteiten behoefte hebben aan verschillende typen werk- en studieplekken. De uitkomst is dat hogescholen beter moeten aansluiten bij de behoefte van de studenten om op verschillende soorten plekken te leren, te werken en elkaar te ontmoeten.”

“Voor een projectgroep heb je behoefte aan een projectruimte waar de deur dicht kan en waar je rustig kunt werken. Studeer je meer routinematig dan lukt dat prima in een treincoupé op de gang. Voor individueel en geconcentreerd werken heb je een plek nodig waar je stil kunt werken. Universiteiten hebben al eeuwenlang bibliotheken en die worden door studenten ook gebruikt om geconcentreerd te studeren. Hogescholen waren tot voor kort niet zo ingericht; het waren vooral leerfabrieken met verdiepingen, heel veel lokalen en een grote centrale kantine. Je volgde lessen, ging tussendoor even lunchen en dan weer naar huis om je huiswerk te maken. Dat is een heel andere cultuur. Nu veel hogescholen zich profileren als universities of applied sciences zie je ook in de huisvesting ontwikkelingen naar een diversiteit aan ruimten en werkplekken en meer ruimte voor ontmoeting.”

De holistische leeromgeving

“Het begrip leeromgeving omvat veel meer dan alleen het fysieke gebouw. Ik werk met een aantal onderwijskundige onderzoekers. Voor hen is de leeromgeving een holistisch begrip; het gaat veel meer over de totale omgeving rond de student of de leerling. In de wetenschappelijke literatuur wordt in dat kader gesproken over een Innovative Learning Environment (ILE). Die omvat de inhoud van het onderwijs, de middelen en instrumenten die daarvoor nodig zijn, het sociale aspect, de dimensie van tijd en ook de ruimtelijke component als een variabele. Al die elementen grijpen in elkaar en je kunt ze niet los van elkaar zien. Dat maakt het ontwerpen van leeromgevingen complex, zeker in een tijd van snelle ontwikkelingen. Een gebouw is statisch en alles daaromheen verandert constant. Hoe ga je dan als huisvestingsmanager ervoor zorgen dat je met huisvesting in kunt spelen op het onderwijs van morgen?”

“Toen ik in 2016 promoveerde lag mijn focus nog erg op het gebouw als de plek van waaruit het onderwijs georganiseerd werd. Als je het me nu vraagt zie ik een leeromgeving veel meer in relatie tot de totale samenleving. Hoe je het onderwijs organiseert bepaalt de behoefte aan meer of minder permanente plekken of ruimten. Je ziet dan ook steeds meer acquisitie van project gelieerde activiteiten waarbij projecten in het bedrijf worden gedaan. Niet alleen in het beroepsonderwijs, maar ook in het voortgezet onderwijs. Dan heb je de hybride leeromgeving die deels op school en deels in de buitenwereld vorm krijgt. Daardoor ontstaan nieuwe interessante participatiemodellen, in deels gemodelleerde omgevingen en authentieke, real life omgevingen, waarbij het onderwijs op de plek plaats vindt waar het echt gebeurt.”

“Waarom zou je als school een ruimte inrichten met 3D-printers als in de omgeving een bedrijf staat die ze maakt of verkoopt? En als je studenten bijvoorbeeld in een bedrijf laat ervaren hoe een robotarm werkt is dat een onderdeel van die hybride leeromgeving. Bij ROC’s zie je steeds vaker dat studenten in de beroepspraktijk bepaalde leertaken uitvoeren, maar ook dat het bedrijfsleven in de school wordt gehaald. Studenten kunnen onder regie van de docent als bedrijfsleider prima het restaurant in de school runnen, de inkoop regelen en ervoor zorgen dat de exploitatie goed draait.”

Kwalificeren en professionaliseren

“Deze pandemie leert ons dat digitale ontwikkelingen het onderwijs hebben veranderd, maar dat we bij voorkeur samen en van elkaar willen leren en elkaar in het fysieke domein willen ontmoeten. Dat bepaalt hoe het onderwijs zich verder organiseert en is allemaal onderdeel van de leeromgeving van morgen. Een belangrijke opgave is om zo responsief mogelijk op te leiden. We leiden in toenemende mate op voor beroepen die in de toekomst niet meer bestaan of er op z’n minst heel anders uit gaan zien. Dat betekent dat studenten nog lang niet klaar zijn als ze de opleiding hebben afgerond.

Daarom maken we onderscheid tussen kwalificeren en professionaliseren, waarbij dat laatste ook voor hogescholen steeds belangrijker wordt in het kader van een leven lang leren. Boven op de kwalificatie in de vorm van het diploma voeg je gedurende je loopbaan extra dingen toe om goed aangesloten te blijven en je competenties verder te ontwikkelen. Dat doen we al met onze nieuwe leraren en dat noemen we de inductieperiode. Een student studeert af en leert in de praktijk nog een aantal zaken, die samen worden begeleid door het werkveld en de lerarenopleidingen.”

Delen:

Wil je op de hoogte blijven? Schrijf je nu in voor
de nieuwsbrief of registreer direct

Trending topics
De (digitale) transformatie van Kennispark Twente
Schrijf je in voor onze Breens Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze Breens Nieuwsbrief

Ontvang wekelijks kennis en inspiratie over digitalisering en innovatie in het onderwijs in je mailbox.

Door op de button te klikken, meld je je aan voor de nieuwsbrief en ga je akkoord met de voorwaarden van Breens.

Bedankt voor je aanmelding voor de nieuwsbrief van Breens.nl, het kennis- en inspiratieplatform voor onderwijsprofessionals. Je ontvangt binnenkort de eerstvolgende editie in je mailbox.  We wensen je veel leesplezier! Het team van Breens.nl