Home Thema's Onderwijsgebouw 2.0 Hoe Frencken Scholl de toekomst voor onderwijsgebouwen ontwerpt
Onderwijsgebouw 2.0

Hoe Frencken Scholl de toekomst voor onderwijsgebouwen ontwerpt

Achtergrond

Sinds enkele jaren huist Frencken Scholl aan het Petrus Regoutplein in het Sphinxkwartier in Maastricht. Een voormalig industrieel monument dat is getransformeerd tot een hotspot en innovatieve werkomgeving. Het bureau verbindt de duurzame kwaliteiten uit het verleden aan nieuwe inzichten en vooral de wens om te verbinden.

Rosanne Jansen en Monique Vroomen zijn sinds 2020 partner-architect bij Frencken Scholl Architecten en vormen onderdeel van de vierkoppige directie. Het bureau bestaat ruim 30 jaar en telt dertien medewerkers. Rosanne volgde haar opleiding bij de TU Delft en Monique bij de TU Eindhoven. Rosanne: “We hebben een gezamenlijke passie: we denken door alle schalen heen en zien onszelf als verbinder tussen de betrokken partijen in de verschillende fasen van een project.”

Monique vult aan: “We hebben de afgelopen jaren het team van Frencken Scholl verjongd en versterkt, zodat we de continuïteit kunnen borgen en natuurlijk de kernkwaliteit verder kunnen versterken: Integraal ontwerpen. Onze kracht is dat we een project als een puzzel zien waarin alle stukjes goed gelegd moeten worden, vanaf de stedenbouwkundige visie tot en met de beheer & onderhoudsfase. Opdrachtgevers vinden het ook fijn dat we alle disciplines in huis hebben; van ontwerpen en tekenen tot calculeren, schrijven, begeleiden en de plantoetsing. Daarbij werken we samen met andere ontwerpende adviseurs en realiseren duurzame gebouwen met een zo laag mogelijke energie last (BENG of ENG) afhankelijk van de opgave.”

Toekomstwaarde

Rosanne knikt: “Vroeger kreeg je een ruimtestaat, nu ontwerp je plekken die interessant zijn. Die polyvalentie is in de ontwerpfase van belang en maakt dat je gebouwen wilt die veranderingen kunnen opvangen. Dat gaat om het juist dimensioneren en het strategisch positioneren van het programma, maar ook van ontsluitingselementen zoals trappen, of het compartimenteren van bouwdelen, zodat afstoten of herstructureren mogelijk is. Dat deden we al, maar nu nog stelliger met een duidelijke relatie tot circulair en energieneutraal bouwen.”

Monique: “Daarom stellen we soms ook kritische vragen die buiten onze opgave liggen en meer verband houden met de overkoepelende vastgoed strategie waardoor we in het ontwerpproces de juiste keuzes kunnen maken voor de opdrachtgever. Verder proberen wij vanuit een total cost of ownership al mee te denken in een ontwerp. Hoe lang gebruik je het gebouw en voor welke doelstelling? Ook dat is nadenken over de toekomstwaarde en maakt dat we vaak verschillende varianten uitwerken. Wat is de relatie met de omgeving, de betekenis en potentie van de plek, de onderwijsvisie en relatie met de behoefte uit het bedrijfsleven? Dat maakt dat je een omgeving maakt waarin een leven lang leren mogelijk is.”

Maatschappelijk betrokken

Rosanne gaat verder: “Daarom passen de opgaven vanuit het onderwijs ons zo goed. Dat begint bij onze maatschappelijke betrokkenheid en het inleven in de wensen van de doelgroep. Onze visie is dat we van binnenuit ontwerpen en de gebruikers in het proces meenemen. Daarbij is het thema ontmoeten van groot belang voor onderwijsgebouwen. Het gaat niet alleen om de onderwijsruimten in het ruimtelijk programma, maar juist om de ruimte ertussen, plekken die verleiden en waar mensen graag komen. Afgelopen jaar heeft corona ons laten zien dat ondanks de digitale mogelijkheden om vanuit huis te leren, het ontmoeten en het kunnen leren van elkaar essentieel is.”

“En corona leert ons anders naar de opgave te kijken,” vult Monique aan, “bijvoorbeeld de momenten waarop je welke ruimten gebruikt. Tijd en ruimte hangen met elkaar samen en daar gaat zeker iets veranderen. De inrichting van het gebouw is het verlengstuk van de ruimtelijke vertaling die je in het programma meegeeft. Vroeger ging je uit van een standaard indeling, nu wil je eerst checken hoe de benutting en bezetting van ruimten eruitziet. Wanneer je constateert dat de bezetting anders wordt, is het een utopie om te denken dat je op dezelfde manier doorgaat. Op dit moment evalueren we samen met een aantal onderwijsstichtingen welke data relevant is, hoe we die kunnen verzamelen en hoe we die in kunnen zetten om slimmer te gaan bouwen en om anders met onze ruimte om te gaan. Dit overstijgt de bouwkundige discipline.”

Data verzamelen

“In onze ontwerpen verzamelen we enorm veel data,” legt Rosanne uit, “het is logisch dat alle partijen binnen de ontwerpende en uitvoerende keten van dezelfde informatie gebruik maken, maar dat is nog lang niet vanzelfsprekend en zeker niet voor de gebruik- en beheerfase na realisatie. Dat is een gemiste kans. Wanneer dat wel zou lukken sluit je pas echt de circulaire keten. Binnen ons kantoor richten we ons daarom onder andere op het innoveren van dit proces. Zo hebben we een pilotproject opgezet waarbij alle relevante data in het BIM-model beschikbaar is voor de facilitair manager. Gedurende de hele gebruiksfase kan deze informatie uitgelezen worden en als basis dienen voor het meerjarenonderhoudsplan. Het mooie is dat het BIM-model dit ook visueel inzichtelijk maakt.”

Integrale ontwerpbenadering

Door onze integrale ontwerpbenadering creëren we een meerwaarde binnen het proces en voor de uitwerking van de opgave. De afgelopen jaren hebben we veel prachtige onderwijsgebouwen weten te realiseren die intrinsiek duurzaam zijn. Niet alleen op grote schaal maar ook op kleinere schaal. De transformatie van het Vista college en het redesign van Kinder Opvang Parkstad zijn sprekende voorbeelden.

In het hele proces hebben we teamleiders, docenten en studenten meegenomen om draagvlak te krijgen. We hebben het gebouw weer toekomstwaarde gegeven en meer met de meters gedaan die al aanwezig waren.

Voorbeeld 1: Transformatie Vista College

Het Vista College in Sittard bestond uit een conglomeraat van bouwdelen, die op een bijzondere manier aan elkaar geschakeld waren zonder herkenbare hoofdingang. Rosanne: “Wanneer je in het bestaande gebouw naar een opleiding moest liep je door andere opleidingen om er te komen. De gebouwen D & E waren in een slechte staat en het was erg lastig en erg kostbaar om te verduurzamen. Bovendien paste de ruimtelijke indeling niet bij de onderwijsvisie, dus adviseerden we om de financiële middelen niet in de renovatie van de bouwdelen te steken maar om minder maar meer effectievere nieuwe m2 terug te bouwen met minder exploitatielasten in de toekomst.

Door een strategische ingreep was het bovendien mogelijk om opleidingen onafhankelijk bereikbaar te maken. Verder hebben we de ruimten voor praktijk en theorie gecombineerd en aantrekkelijke plekken gemaakt waardoor ruimten in elkaar zouden overvloeien. We hebben een nieuwe hoofdentree in het middendeel gemaakt, zodat je makkelijk vanuit het parkeren binnen komt en er aan de achterkant een natuurlijke verbinding met het landelijke gebied en het station is gekomen. Heel mooi is de centrale verbindingsgang geworden, met zicht op de werkplaatsen die weer met buiten verbonden zijn.

In het hele proces hebben we teamleiders, docenten en studenten meegenomen om draagvlak te krijgen. We hebben het gebouw weer toekomstwaarde gegeven en meer met de meters gedaan die al aanwezig waren. In dit proces hebben we op alle niveaus meegedacht, vanaf de vastgoedstrategie tot aan de inrichting. Zo heeft elke opleiding een herkenbare inrichting en een diversiteit aan werkplekken en meubels.”

Voorbeeld 2: Re­design Kinderopvang Parkstad

Monique: “De uitvraag van Kinderopvang Parkstad (KOP) was of we mee wilden denken in het redesign van een aantal locaties, dit betrof initieel het creëren van een eigen herkenbare look & feel. Daarom hebben we alle locaties eerst in kaart gebracht en ons de vraag gesteld: is KOP eigenaar of huurder? Welk aanbod kinderopvang is op locatie aanwezig? Is het een school, een multifunctionele accommodatie of een kindcentrum?

Hieruit kwam dat KOP de herkenbaarheid van haar locaties wilde vergroten en liefst onderdeel wilde zijn van een samenhangend aanbod. Vervolgens hebben we voor elke locatie de potentie van groei in aanbod en samenwerking aangegeven, ook op het gebied van investeringen. Peuteropvang Woelwaters zit bijvoorbeeld in een bestaand schoolgebouw, waarin een aantal ruimten leeg staat. Op basis van de bestaande plattegrond hebben we het ontmoeten centraal gesteld en gekeken hoe deze locatie uit zou kunnen groeien tot een echt kindcentrum. De ingrediënten waar we mee willen werken in de inrichting hebben we in een sferenboek verwerkt, die de locaties kunnen gebruiken om de eigen ruimten in te richten.”

Delen:

Wil je op de hoogte blijven? Schrijf je nu in voor
de nieuwsbrief of registreer direct

Trending topics
De (digitale) transformatie van Kennispark Twente
Schrijf je in voor onze Breens Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze Breens Nieuwsbrief

Ontvang wekelijks kennis en inspiratie over digitalisering en innovatie in het onderwijs in je mailbox.

Door op de button te klikken, meld je je aan voor de nieuwsbrief en ga je akkoord met de voorwaarden van Breens.

Bedankt voor je aanmelding voor de nieuwsbrief van Breens.nl, het kennis- en inspiratieplatform voor onderwijsprofessionals. Je ontvangt binnenkort de eerstvolgende editie in je mailbox.  We wensen je veel leesplezier! Het team van Breens.nl